**1..** Het college kan een werkgever die een dienstverband aanbiedt aan een inwoner die behoort tot de doelgroep van artikel 7 lid 1 van de Participatiewet, een vergoeding verstrekken voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de werkplek.
**2..** Onder werkplekaanpassing wordt verstaan, de niet meeneembare voorzieningen op of rond de werkplek gericht op het wegnemen van beperkingen die een werknemer, behorende tot de doelgroep, nodig heeft om op de werkplek te kunnen functioneren.
**3..** Aan de volgende criteria moet worden voldaan:
De werknemer heeft een dienstverband van tenminste zes maanden en voor tenminste 16 uur per week.
De deelnemer behoort tot de doelgroep zoals genoemd in artikel 6 onder e van de PW.
De werkplekaanpassing is naar het oordeel van het college noodzakelijk. Het college kan voor de vaststelling daarvan deskundig advies inwinnen.
De werkplekaanpassing is naar het oordeel van het college adequaat, het goedkoopst en kwalitatief verantwoord. De kosten van de werkplekaanpassing dienen proportioneel te zijn. Dat wil zeggen dat de investering in de werkplekaanpassing moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn, wordt onder andere betrokken:
De kosten van de werkplekaanpassing;
De duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd, zoals aantal maanden/jaren, bepaalde of onbepaalde tijd;
De omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren dat de kandidaat gaat werken;
De opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten, bijvoorbeeld in het kader van de WMO 2015 in relatie tot de kosten van de niet meeneembare voorziening.
**4..** De aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college.
**5..** De werkgever verstrekt bij de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens:
NAW gegevens werknemer
Een kopie van de arbeidsovereenkomst met daarin de aard, duur en omvang van het dienstverband
Een beschrijving van de werkplekaanpassing waarvoor subsidie wordt gevraagd
Een gespecificeerde prijsopgave
**6..** De aanvraag kan worden afgewezen op grond van het volgende:
Het gaat om een algemeen gebruikelijke werkplekaanpassing die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort
Er is sprake van een voorliggende voorziening, zoals een voorziening vanuit ZW, WMO2015, UWV, Arbo taak van de werkgever, of een andere regeling
De werkplekaanpassing is al uitgevoerd op het moment dat een aanvraag voor de voorziening is ingediend.
**7..** De subsidiabele kosten bedragen tenminste € 500,- en maximaal € 10.000. (excl BTW)
**8..** We sluiten aan bij de regeling van het UWV met betrekking tot de hoogte en voorwaarden van de vergoeding van de werkplek aanpassingen.
**9..** Het college kan in afwijking van lid 7 van dit artikel ervoor kiezen om de werkplekaanpassing in natura -eigendom of in bruikleen- te verstrekken.
**10..** Het college kan de financiële bijdrage of voorziening in natura terugvorderen als deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verleend.
**11..** Onder terugvordering van de voorziening in natura wordt bedoeld het terughalen van de voorziening, alsmede het terugvorderen van de door het college betaalde bedrag aan de leverancier die de voorziening heeft geleverd.
Toelichting
Een aanpassing van de werkplek kan noodzakelijk zijn voor de werknemer met een arbeidsbeperking om het werk uit te voeren. Bij de beoordeling of sprake is van een niet meeneembare voorziening wordt gekeken naar de aard- en nagelvastheid van de voorziening. Een voorziening is niet meeneembaar als deze aard- en nagelvast is verbonden met het eigendom van de werkgever. Achtergrond van deze gedachte is dat men iets wat zonder schade is los te maken, mee kan nemen en datgene, dat bij verwijdering schade veroorzaakt, moet laten zitten. Dit geldt voor bouwkundige aanpassingen van het bedrijfspand, aanbouwen, opbouwen, verbouwen.
Voorbeelden: rolstoeloprit, een aangepast toilet, elektrische deuren, een extra leuning bij de trap, een video-intercom etc.
noodzakelijkheid
Er moet sprake zijn van noodzakelijke ondersteuning. Er is sprake van noodzakelijke ondersteuning als de werknemer zonder de ondersteuning niet in staat is om zijn werkzaamheden in redelijkheid te verrichten. Bovendien moet er een behoefte zijn aan deze ondersteuning van zowel de werkgever als de werknemer.
Het college kan de noodzakelijkheid (op bijvoorbeeld medische of arbeidskundige gronden) van een werkplekaanpassing beoordelen door het inwinnen van deskundig advies.
sober
De algemeen aanvaarde norm is dat van overheidswege getroffen voorzieningen sober en doelmatig moeten worden uitgevoerd. De werkplekaanpassing dient dan ook sober, doelmatig en proportioneel te zijn, reëel bij te dragen aan het vergroten van de duurzaamheid van de werkplek.
Indien naar het oordeel van het college sprake is van een disproportionele aanpassing wordt deze geweigerd.
voorliggende voorziening
Indien recht bestaat op een voorziening, bijvoorbeeld van het UWV of een zorgverzekeraar, dan dient daarop eerst een beroep te worden gedaan. Van een voorliggende voorziening is ook sprake als de werkgever geacht wordt zelf verantwoordelijk te zijn voor de werkplekaanpassing op basis van bijvoorbeeld het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit kan bijvoorbeeld aangeven dat een pand/gebouw aangepast moet worden om het toegankelijker te maken voor rolstoelgebruikers.
algemeen gebruikelijke werkplekaanpassing
Hiervan is sprake als van de werkgever, op basis van wat gangbaar is in het bedrijfsleven, verwacht mag worden dat hij de investering zelf doet.
In de meeste gevallen zal het gaan om een financiële bijdrage. Het college kan ook besluiten de voorziening in natura te verstrekken. Op het moment dat de voorziening in natura wordt verstrekt, is dit in eigendom. In afwijking hiervan kan het college besluiten de voorziening in bruikleen te verstrekken. De voorziening wordt niet eerder verstrekt dan nadat er met de aanvrager een bruikleenovereenkomst als bedoeld in artikel 7A:1777 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan.
hoogte
In de rechtspraak wordt het maximeren van een vergoeding voor een voorziening in beginsel niet onredelijk geacht, maar aan de hand van de bijzondere omstandigheden van het concrete geval moet worden beoordeeld of met de maximale vergoeding een niet alleen goedkoopste, maar ook adequate voorziening kan worden verleend.
Verwervingskosten
Artikel 22
Niet meeneembare voorzieningen
Onderdeel van Beleids- en uitvoeringsregels re-integratie 2024 gemeente Zevenaar