1.. Een aanvraag om subsidie kan, in afwijking van het gestelde in de Asv, enkel worden ingediend vóór 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

2.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat aanvragen gericht op de subsidiëring voor het jaar 2023 vóór 1 december 2022 moeten worden ingediend.

3.. De aanvraag bevat in ieder geval:

  • - een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval aangeven voor welke subgroep (zoals bedoeld in artikel 2, lid 2) subsidie wordt aangevraagd;
  • - een prognose, per subgroep, (gebaseerd op het gemiddelde van de verrichtte activiteiten in de afgelopen 3 jaar) gericht op het aantal te verrichten activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid van deze regeling. Deze prognose sluit in eenheden aan op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden.
  • - een plan van aanpak waarin ten minste aandacht wordt besteed aan de volgende inhoudelijke thema’s:
    • - Werving, selectie en behoud personeel (arbeidsmarktproblematiek);
    • - Hoe de afgesproken caseloadverlaging wordt gerealiseerd;
    • - Hoe ingezet wordt op het gedachtegoed 1G1P1R;
    • - Hoe aangesloten wordt op het jeugdhulpstelsel per regio;
    • - Hoe samen met de ketenpartners gewerkt wordt aan het verkorten van de doorlooptijden;
    • - Hoe de samenwerking met de lokale toegang verder gestalte krijgt.

4.. De gecertificeerde instelling die voor de eerste maal op basis van deze subsidieregeling subsidie aanvraagt, legt aanvullend over:

  • - een exemplaar van de oprichtingsakte of statuten;
  • - jaarstukken betreffende het laatst beschikbare verslagjaar;
  • - een actieplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling);
  • - een exitplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling) waarin uiteen gezet is op welke wijze de gecertificeerde instelling zich zal inspannen ten behoeve van:
    • - het kunnen blijven uitvoeren van deze activiteiten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren;
    • - het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze activiteiten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;
    • - de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren;
    • - het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de gecertificeerde instelling en jeugdigen of hun ouders.

5.. Indien de gecertificeerde instelling documenten genoemd in lid 4 van dit artikel wijzigt, worden de gewijzigde documenten overlegd aan het college.