Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Verantwoording

Onderdeel van Verordening financiële decentralisatie wettelijke milieutaken

1.. Een stadsdeel rapporteert in elk geval jaarlijks vóór 1 mei aan het college over de uitvoering van de wettelijke milieutaken in het voorgaande jaar voor zover die tot zijn bevoegdheid behoren. 2.. Het college beoordeelt of er in het voorgaande jaar voldoende uitvoering is gegeven aan de wettelijke milieutaken. Hij baseert zich daarbij uitsluitend op het door hem vastgestelde beleid ten aanzien van: de controles in het kader van het milieutoezicht; het opleggen van sancties; het behandelen van milieuklachten. 3.. De DMB en de stadsdelen, ieder voor de inrichtingen waarvoor zij de wettelijke milieutaken feitelijk uitvoeren, dragen er zorg voor dat de gegevens die nodig zijn om uitvoering te geven aan het vorige lid, uiterlijk op 1 februari volgend op het jaar waarop de rapportage betrekking heeft, zijn af te leiden uit de registratie als bedoeld in artikel 4. 4.. Wanneer het college van oordeel is dat een stadsdeel in enig jaar onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de wettelijke milieutaken, kan hij besluiten de op grond van artikel 2 verstrekte uitkering terug te vorderen voor een gedeelte dat in redelijke verhouding staat tot de niet nagekomen prestatie. 5.. Het college kan bij toepassing van het vorige lid een stadsdeel in de gelegenheid stellen binnen een termijn van maximaal een jaar alsnog voldoende uitvoering te geven aan de wettelijke milieutaken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel