1.. Een besluit tot het aanbieden of voortzetten van een voorziening aan een persoon uit de doelgroep gebeurt met inachtneming van:

  • - de mogelijkheden en belemmeringen van de belanghebbende;
  • - de actuele of toekomstige vraag op de arbeidsmarkt.

2.. Indien nodig gebeurt de afweging als bedoeld in het eerste lid tevens met inachtneming van:

  • - de mogelijkheden van kinderopvang;
  • - het belang van scholing voor een duurzame arbeidsinschakeling;
  • - de kosten van een voorziening in relatie tot de daarmee te dienen financiële belangen van de gemeente en de persoonlijke belangen van de persoon uit de doelgroep.