Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 03

Artikel 03-4

Duurzaamheid

Onderdeel van Accommodatiebeleid Gulpen-Wittem

De maatschappelijke aandacht voor duurzaamheid is de afgelopen jaren toegenomen. In de nabije toekomst hebben twee vraagstukken een grote impact op ons leven en ook op hoe gemeente en haar maatschappelijke partners in onderwijs, welzijn, zorg, sport met hun vastgoed omgaan. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen Door de toename van de wereldbevolking neemt de druk op schaarse hulpmiddelen toe. De nationale overheid zetten daarom in op een circulaire economie, waarbij destructief gebruik van materialen plaatsmaakt voor andere vormen van productie en gebruik. Grotere delen van onze industriële en agrarische activiteiten zullen de overstap maken naar onderhoud, vernieuwing of hergebruik, waardoor producten een langere levensduur krijgen. Dit zal effect hebben op ons leven, werken en de bebouwde omgeving. Klimaatverandering Belangrijk onderdeel van de maatschappelijke verduurzamingsagenda is klimaatverandering. In het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 hebben landen afgesproken de uitstoot van broeikasgassen drastisch te reduceren. Voor 2050 moet de uitstoot met 95% ten opzichte van het jaar 1990 zijn teruggebracht. De Europese Commissie heeft in 2021 deze doelstelling verder aangescherpt met het 'Fit for 55' pakket. Daarin is opgenomen dat gestreefd wordt naar een uitstootreductie van 55% in 2030. Er is een maatregelenpakket in ontwikkeling voor transitie naar vernieuwbare energiebronnen zoals zon, wind, water en aardwarmte. Onderdeel daarvan is het verlagen van de energievraag voor maatschappelijke gebouwen. De Nederlandse overheid en haar partners maken daar in convenanten samenwerkingsafspraken over. Sectorale Routekaart Onderwijs & maatschappelijk vastgoed Om invulling te geven aan het Nederlandse Klimaatakkoord heeft de Vereniging van Nederlandse gemeenten met andere overheden en belanghebbende partijen in de samenleving plannen ontwikkeld voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Een integrale en planmatige aanpak moet ervoor zorgen dat voorzieningen in 2050 minimaal CO2-arm en aardgasvrij en in gebruikskwaliteit goed zijn. De beleidsintentie is om op investerings- en vervangingsmomenten te verduurzamen richting de eindnorm van klimaatneutraliteit om efficiëntie en impact van maatregelen te vergroten. Nb.: De eisen met betrekking tot duurzaamheid zullen intussen evolueren. Voorbeeld daarvan is de herziening van de vierde Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV) voor het nationale beleid. Het is belangrijk om de wettelijke voorwaarden te monitoren. Akkoord Duurzaamheidsdoelstelling(en) Streefdatum Investeringsagenda VNG, Unie van Waterschappen en IPO Energieneutraal nieuwbouw en renovatie circulair 2040 Grondstoffenakkoord 50% minder gebruik van grondstoffen Een economie zonder afval, ofwel volledig circulair 2050 Klimaatakkoord 49% minder CO2-uitstoot dan in 1990 CO2-arm (95% CO2-reductie t.o.v. 1990) 2030 2050

Rechtspraak bij dit artikel