1.1 Inleiding
Het ruimen van bestaande graven en asvoorzieningen is een gevoelige aangelegenheid en moet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid plaatsvinden. De uitwerking van een procesbeschrijving ruimingen in de vorm van een protocol draagt daaraan bij. Aan de hand van een gedetailleerde procesbeschrijving worden alle fasen van de voorbereidingen tot en met de daadwerkelijke uitvoering van de ruiming uitgewerkt. Het protocol draagt er daarnaast toe bij dat er bij alle betrokken ambtelijke afdelingen en op politiek-bestuurlijk niveau inzicht ontstaat dat een dergelijk proces met een grote mate van zorgvuldigheid moet worden aangepakt. Bovendien geeft het de betrokken medewerkers duidelijkheid over de voorlichting en communicatie richting burgers en nabestaanden.
In dit protocol is aan iedere procesfase een hoofdstuk gewijd. Aan bod komen een algemeen gedeelte, de administratieve en technische voorbereidingen, interne en externe communicatie en de daadwerkelijke ruiming.
Bij wijzigingen van de beheerverordening van gemeentelijke begraafplaatsen die invloed hebben op het ruimingsprotocol, dient het ruimingsprotocol aangepast en vastgesteld te worden door het college.
1.2 Huidige situatie
De gemeente Land van Cuijk beheert elf gemeentelijke begraafplaatsen. Door de herindeling in januari 2022 had de nieuwe gemeente Land van Cuijk van doen met uiteenlopend beleid. De administratie van de graven was niet volledig, actueel en was niet op elkaar afgestemd. In het kader van harmonisatie is op 23 maart 2023 de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2023 vastgesteld en op 8 september 2023 het Uitvoeringsbesluit gemeentelijk begraafplaatsen 2023.
De oude gemeenten gingen verschillend om met graven waarvan het grafrecht was verlopen. Enkele gemeenten ruimden regelmatig graven waarvan het grafrecht was vervallen en bij andere gemeenten werd niet geruimd. Land van Cuijk wil van start gaan met een actief ruimingsbeleid voor graven waarvan de grafrechten zijn verlopen. De rechthebbenden worden aangeschreven over het naderende einde van het grafrecht. Zij hebben de mogelijkheid om het grafrecht te verlengen. Vindt er geen verlenging plaats, dan kan worden overgegaan tot ruiming van het graf.
1.3 Cultuurhistorische graven
Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan, onderzoekt het college eerst of er graven zijn met een cultuurhistorische waarde. Het kan zijn dat het gedenkteken van cultuurhistorische waarde is of dat in het graf een persoon ligt begraven die belangrijk is geweest voor de betreffende gemeente. De criteria hiervoor zijn reeds door het college vastgesteld. Alle graven worden aan deze criteria getoetst. Van deze graven wordt een lijst gemaakt, welke door het college wordt vastgesteld. Graven die in aanmerking komen voor een cultuurhistorische status, graven met een cultuurhistorische status, Joodse graven en Islamitische graven worden niet geruimd. Deze graven krijgen in de begraafplaatsenadministratie een speciaal kenmerk.
1.4 Begripsafbakening
Het ruimen van particuliere graven, urnengraven en urnennissen door de beheerder van de begraafplaats kan alleen plaatsvinden op het moment dat er geen verlenging van grafrechten plaats heeft gevonden. Het grafrecht houdt aan het einde van de looptijd op te bestaan. De grafrechten vervallen aan de gemeente.
Voor algemene graven geldt dat deze aan het einde van de wettelijke termijn van 10 jaar grafrust geruimd kunnen worden. Dit soort graven zijn in beheer van de gemeente en voor 10 jaar ter beschikking gesteld voor begraving van de overledene.
Ruimen door de beheerder van de begraafplaats kan op twee manieren plaatsvinden.
In één ruiming wordt zowel bovengronds (grafbedekking en gedenkteken) als ondergronds het graf geruimd waarbij de stoffelijke resten worden begraven in een verzamelgraf of onder de onderste laag in hetzelfde graf begraven.
Bij ruiming in twee fasen wordt het graf in de eerste fase alleen bovengronds geruimd. Op een later tijdstip (b.v. kort voor een nieuwe begraving) wordt het graf volledig geruimd en de stoffelijke resten in het verzamelgraf begraven of in hetzelfde graf onder de onderste laag begraven.
Op elke begraafplaats wordt een verzamelgraf gerealiseerd. Daarin kunnen de stoffelijke resten na de ruiming worden begraven. Als dit verzamelgraf vol is, wordt ernaast een nieuw verzamelgraf gerealiseerd. Ook na een ruiming hebben nabestaanden soms behoefte aan een fysieke gedenkplek ter herinnering aan een overledene. We plaatsen op alle begraafplaatsen bij het verzamelgraf een grafsteen met een algemene herinneringstekst. Te denken valt aan de tekst: ‘Al wat rest is verbonden in rust’.
Ruiming op verzoek van een rechthebbende
De rechthebbende kan een verzoek indienen om samenvoeging van reeds begraven overledenen. Dit is alleen mogelijk als er nog sprake is van actueel grafrecht. Onder de onderste laag wordt extra ruimte gemaakt waar de restanten van de stoffelijke overschotten worden begraven. Op deze wijze wordt extra ruimte gecreëerd in het graf voor de begraving van nieuwe overledenen.
Ook kan de rechthebbende verzoeken om het graf volledig te ruimen. Dit kan alleen als er nog sprake is van actueel grafrecht. Mogelijk dat de overledene(n) alsnog gecremeerd word(en) of dat deze op een andere begraafplaats worden begraven. B.v. bij verhuizing van de rechthebbende naar een ander deel van Nederland.
1.5 Achtergronden ruimingen
Er zijn een drietal redenen voor een actief ruimingsbeleid van graven, urnennissen en urnengraven met verlopen grafrecht, waar geen verlenging heeft plaatsgevonden:
de beheerkosten
De gemeente is na afloop van de termijn van het grafrecht eigenaar van het graf en daarmee verantwoordelijk voor het beheer van die grafruimte en aansprakelijk voor mogelijke risico’s. Voor het beheer worden kosten gemaakt zonder dat er inkomsten tegenover staan. Het verwijderen van de grafbedekking na afloop van de termijn van grafrecht reduceert de onderhoudskosten van het algemeen onderhoud en de risicoaansprakelijkheid ten aanzien van het grafmonument in het geval dat het grafmonument schade aan derden veroorzaakt.
Rechtsongelijkheid
Het is niet redelijk dat nabestaanden die aflopende grafrechten niet verlengen, dezelfde mogelijkheid tot grafbezoek behouden als nabestaanden die wel over gaan tot verlenging en betaling van de grafrechten. Niet verlengen van de grafrechten rechtvaardigt dat het graf kan worden opgeheven en verwijderd.
Begraafcapaciteit
Om in de toekomst voldoende begraafcapaciteit te kunnen garanderen is het van belang dat graven waarvan de grafrechten verlopen zijn worden geruimd, zodat deze graven opnieuw kunnen worden uitgegeven. Op alle begraafplaatsen is op dit moment nog voldoende begraafcapaciteit. Door middel van ruimen en herinrichten van graven met verlopen grafrechten ontstaat een natuurlijke begraafcyclus waarbij vrijkomende graven opnieuw worden uitgegeven. Hiermee wordt het keuzeaanbod van nieuwe graven vergroot en blijven de kosten van algemeen onderhoud beter beheersbaar. De begraafplaats bij de Martinuskerk is hierop een uitzondering omdat deze formeel gesloten is.
1.6 Handelswijze bij ruiming
Als eerste wordt binnen één a twee jaar na afloop van de termijn van het grafrecht of gebruikrecht de bovengronds grafbedekking en het gedenkteken verwijderd. Dit zal de standaard werkwijze worden, nadat de inhaalslag van het ruimen van oudere graven is afgerond.
De ondergrondse ruiming vindt plaats op het moment dat het graf opnieuw wordt uitgegeven.
Op deze manier wordt het verlengen van grafrechten door nabestaanden gestimuleerd en er wordt een duidelijk signaal afgegeven dat zonder verlenging van het grafrecht, het graf wordt verwijderd. Het levert de gemeente naar verwachting extra inkomsten op die nodig zijn voor het algemeen onderhoud en beheer van de begraafplaatsen.
Op grond van de Wet op de Lijkbezorging (Wlb) (art. 31, lid 2) beslist de houder van de begraafplaats of en wanneer een graf geruimd wordt. Nabestaanden of rechthebbenden kunnen geen ruiming van een graf eisen.