1.. Bij het inzetten van ondersteuning gelden de afwegingscriteria, als bedoeld in artikel 3.3 van de verordening. De afwegingscriteria vloeien voort uit de volgende algemene uitgangspunten voortkomend uit de regiovisie jeugdhulp:

  • - Het waar mogelijk realiseren van afschaling, dat wil zeggen overgang naar een lichtere vorm van ondersteuning of een algemene voorziening, zodra dit verantwoord is;
  • - De zorgverlener maakt gebruik van de eigen kracht van de cliënt, het sociale netwerk en/of de mantelzorgers en probeert deze eigen kracht zo veel mogelijk te bevorderen;
  • - De zorgverlener hanteert een systeemgerichte aanpak en zet in op de versterking van het systeem rondom de cliënt;
  • - Het realiseren van zoveel mogelijk integrale begeleiding;
  • - Ondersteuning vindt zo veel mogelijk plaats in de vertrouwde omgeving van de cliënt;
  • - De zorgverlener dient ervoor te zorgen dat een persoonlijk ontwikkel- of toekomstplan (perspectiefplan) wordt opgesteld voor elke jeugdige die de leeftijd van 16 jaar bereikt of na het bereiken van de leeftijd van 16 jaar aangewezen raakt op een voorziening in het kader van de Wet en waarvan de verwachting is dat ondersteuning ook na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar nog noodzakelijk is. Het perspectiefplan bevat niet-vrijblijvende afspraken waarin de ‘Big 5’ (wonen, werk/school, inkomen, welzijn en support) leidend is. Het plan is van de jeugdige zelf, de eigen specifieke behoeften staan daarin centraal.