**1..** Van intrekking is sprake als achteraf gezien in het verleden geen recht op een voorziening bestond. De voorziening wordt met terugwerkende kracht stopgezet. Van intrekking is sprake als er in het geheel geen recht op de voorziening bestond.
**2..** Als er nog wel enig, maar een ander recht op de voorziening bestaat dan is er sprake van herziening. Dit betekent dat de individuele voorziening wordt omgezet naar een andere individuele voorziening. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat ondersteuning in de vorm van een Pgb wordt omgezet naar ondersteuning in de vorm van zorg in natura.
**3..** Uit de Jeugdwet volgt dat het college een besluit om een individuele voorziening of een Pgb toe te kennen kan intrekken of herzien. Maar dit mag alleen als wordt vastgesteld dat:
- - De jeugdige en/of zijn/haar ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. De cliënt moet wel redelijkerwijs kunnen begrijpen dat hij/zij ten onrechte een voorziening of een Pgb ontving. Ook geldt hier dat de cliënt wel de mogelijkheid moet worden geboden om alsnog de juiste gegevens aan te leveren;
- - De jeugdige en/of zijn/haar ouder(s) niet langer op de voorziening of een Pgb is aangewezen Hieronder valt ook de situatie dat beleid wijzigt en dat cliënt op grond van dat gewijzigde beleid niet langer in aanmerking komt voor de individuele voorziening of het Pgb. In dat geval dient wel een redelijke termijn in acht genomen te worden bij de wijziging. Wat een redelijke termijn is hangt af van de aard van de voorziening en de tijd die iemand naar verwachting nodig heeft om zich in te stellen op de nieuwe situatie;
- - De individuele voorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat de ondersteuningsvraag van de cliënt is gewijzigd waardoor de voorziening of het Pgb niet meer toereikend zijn. Het kan ook zijn dat bijvoorbeeld de kwaliteit van de ondersteuning verleend door de zorgverlener niet meer toereikend is. Ook als de voorziening of het Pgb door de zorgverlener voor een ander doel wordt ingezet dan waarvoor het is verstrekt kan de voorziening niet meer toereikend zijn. De cliënt behoudt wel het recht op de individuele voorziening, maar de voorziening uitgevoerd bij de door de cliënt gekozen zorgverlener is niet meer toereikend. De cliënt dient zijn voorziening in die gevallen bij een andere zorgverlener te verzilveren;
- - De jeugdige en/of zijn/haar ouder(s) niet voldoet aan de voorziening of het Pgb verbonden voorwaarden. Dit speelt bijvoorbeeld als de cliënt niet langer in staat is de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
- - De jeugdige en/of zijn/haar ouder(s) de voorziening of het Pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. Een voorbeeld hiervan is dat de voorziening of het Pgb wordt ingezet voor welzijnsactiviteiten.
**4..** Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.