**1..** Het college heeft de bevoegdheid om de geldswaarde terug te vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of Pgb. Dit mag alleen als:
- - Een verstrekte voorziening of een Pgb is ingetrokken, omdat de cliënt onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt (en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit had geleid); en
- - Dit door de cliënt opzettelijk is gedaan.
**2..** In het kader van de Wet en de regeling Jeugdwet geldt dat het college mag terugvorderen bij de cliënt zelf, maar ook bij degene die daaraan opzettelijk zijn/haar medewerking heeft verleend. De hoogte van de terugvordering is de gehele of de gedeeltelijke geldswaarde van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten Pgb.
**3..** Het bedrag van de terugvordering moet aan het college betaald worden. Als uitgangspunt geldt dat het college een betalingstermijn biedt van zes weken. Het college is bevoegd een afbetalingsregeling te treffen met de cliënt en/of om uitstel van betaling te verlenen.
**4..** Waar mogelijk kan het college overgaan tot verrekening van de vordering met (financiële) aanspraken die de cliënt op het college heeft.
**5..** Het besluit tot terugvordering heeft geen executoriale titel.