**1. Bij het inzetten van ondersteuning gelden de volgende algemene uitgangspunten:.**
- - Voor de inzet van alle maatwerkvoorzieningen geldt dat het college beoordeelt welke inzet of voorziening daadwerkelijk noodzakelijk wordt geacht. Hierbij geldt het principe dat de goedkoopst adequate voorziening wordt ingezet. Indien een cliënt een andere voorziening wenst die meerkosten met zich meebrengt dan zijn deze kosten voor de cliënt;
- - Normaliseren is het uitgangspunt: de cliënt en zijn/haar leefeenheid benutten voldoende hun eigen kracht om met fysieke, mentale en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Zij voeren daarbij zo veel als mogelijk eigen regie;
- - De zorgverlener maakt gebruik van de eigen kracht van de cliënt, gebruikelijke hulp, het sociale netwerk en/of de mantelzorgers en probeert deze eigen kracht zo veel mogelijk te bevorderen. De inzet vindt plaats aanvullend op wat de cliënt en zijn/haar sociale omgeving zelf kunnen;
- - De (professionele)aanbieder hanteert een systeemgerichte aanpak en zet in op de versterking van het systeem rondom de cliënt;
- - De inzet van ondersteuning is integraal afgestemd op andere voorzieningen;
- - Ondersteuning vindt zo veel mogelijk plaats in de vertrouwde (leef)omgeving van de cliënt, maar is niet plaatsgebonden. Ondersteuning op een wijklocatie is hier een voorbeeld van;
- - De inzet van ondersteuning is in beginsel tijdelijk;
- - Als het college een maatwerkvoorziening inzet en er een keuze gemaakt kan worden tussen een groepsgerichte en een individueel gerichte voorziening, zet het college de groepsgerichte voorziening in;
- - Het uitgangspunt is dat een ambulante voorziening altijd voor gaat op de inzet van een verblijfsvoorziening;
- - Waar mogelijk wordt afschalen van de (zwaarte van de) maatwerkvoorziening gerealiseerd. De overgang naar een lichtere vorm van ondersteuning (zoals bijvoorbeeld het toeleiden naar een algemene voorziening) wordt gerealiseerd, zodra dit naar het oordeel van het college verantwoord is;
- - De inzet van ondersteuning leidt niet tot zorg- en/of persoonsafhankelijkheid, maar draagt actief en maximaal bij aan het versterken van de eigen kracht van de cliënt en de sociale omgeving;
- - Als het college meerdere maatwerkvoorzieningen inzet gedurende dezelfde periode dan kunnen deze voorzieningen niet gelijktijdig, op hetzelfde tijdstip, ingezet worden. Een cliënt kan bijvoorbeeld niet op hetzelfde tijdstip zowel dagbesteding als begeleiding individueel ontvangen;
- - Als het college de inzet van zorgtechnologieën mogelijk acht waarvoor geen (aanvullende) maatwerkvoorziening geïndiceerd hoeft te worden, is de inzet van zorgtechnologieën voorliggend op een maatwerkvoorziening.