**1..** De (Pgb-)aanbieder beschermd wonen zorgt voor een goede kwaliteit van de op het individu toegesneden voorzieningen, verstrekt op grond van de Wet door:
**a..** Inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1 van deze beleidsregels;
**b..** Het opstellen van een ondersteuningsplan per cliënt (bevat behoeften, doelen, afgesproken inzet, wijze van evalueren en evaluatiemomenten);
**c..** Het periodiek evalueren en rapporteren van de vooruitgang per cliënt op basis van het ondersteuningsplan;
**d..** Erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van de beschermd wonen voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard, adequaat zijn opgeleid en aantoonbaar regelmatig relevante bijscholing volgen. Voor OZL en OMD beschermd wonen wordt een afgeronde opleiding in de zorg op minimaal MBO-4 niveau verlangd, waarbij bij specifieke problemen of gedrag van cliënten een beroep kan worden gedaan op een gedragsdeskundige met een afgeronde opleiding op minimaal Hbo-niveau. Voor beschermd wonen geldt verder dat de beroepskrachten aantoonbaar regelmatig relevante bijscholing volgen;
**e..** Te waarborgen dat alle werknemers ten behoeve van beschermd wonen in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag (VOG) welke niet eerder is afgegeven dan 3 maanden voor het tijdstip waarop de medewerker in dienst is getreden bij de desbetreffende aanbieder. Daarnaast is de VOG niet langer dan 3 jaar geleden afgegeven;
**f..** Te waarborgen dat zorg en ondersteuning 24 uur per dag 7 dagen in de week bereikbaar en beschikbaar is;
**g..** Bij OZL standaard en intensief te waarborgen dat de aanrijtijd van 15 minuten gehaald wordt;
**h..** Het zorgvuldig melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij het Cimot en de toezichthouder calamiteit en geweld en het registreren van incidenten;
**i..** Het vaststellen en hanteren van de meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan;
**j..** Het opstellen van kwaliteitsbeleid en het beschikken over een kwaliteitssysteem;
**k..** Het registreren van de door de ingezette zorgverlener geleverde zorguren en zorgmomenten ten behoeve van de toezichthoudende rol uit artikel 5 van de Algemene subsidieverordening gemeente Almelo 2013.
Artikel 3.12 Maatschappelijke opvang
- - Onder maatschappelijke opvang wordt verstaan: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
- - De doelgroep van opvang is niet beperkt tot ingezetenen van de gemeente. Daar waar het de opvang betreft, kunnen ingezetenen van elke Nederlandse gemeente zich tot elk college wenden (landelijke toegankelijkheid). Wel wordt opvang bij voorkeur verstrekt waar een opvangtraject en bijbehorende ketenbenadering voor betrokkene de meeste kans van slagen heeft. De Wmo 2015 spreekt ook van een ‘passende bijdrage’ aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan opvang (artikel 2.3.5 lid 4 Wmo 2015). Daarbij kan bijvoorbeeld meespelen het aspect van de afwezigheid van een netwerk in de gemeente waar de cliënt zich heeft gemeld en de beschikbaarheid daarvan in een andere gemeente. Is het college van oordeel dat de opvang en het bijbehorende traject meer kans van slagen heeft in een andere gemeente, dan is het college tot welke iemand zich heeft gewend, verantwoordelijk voor een ‘warme’ overdracht naar de andere gemeente.
- - Opvang kan noodzakelijk zijn wanneer de cliënt door ernstige relationele problemen of in verband met risico’s voor zijn/haar veiligheid (bijv. in verband met huiselijk geweld) de thuissituatie met grote spoed heeft moeten verlaten en nog niet gegarandeerd is dat de thuissituatie weer veilig is of dat de cliënt ergens anders veilig kan wonen. Ook wanneer iemand door andere dan relationele problemen de thuissituatie heeft verlaten en het hem/haar niet lukt voor zichzelf onderdak te regelen (denk aan iemand die uit huis is gezet vanwege grote schulden), is aan de voorwaarde voor opvang voldaan.
- - Wanneer het gaat om personen die de thuissituatie hebben verlaten om op vakantie of op avontuur te gaan of op zoek te gaan naar werk, wordt geen maatschappelijke opvang verstrekt. Van zulke personen wordt verwacht dat zij zelf zorgen voor onderdak.
- - Met opvang wordt zowel maatschappelijke opvang als vrouwenopvang bedoeld. De vrouwenopvang is uitgebreid tot andere personen die wegens relationele problemen of geweld in de thuissituatie onderdak en begeleiding behoeven. De vrouwenopvang wordt voor de Twentse gemeenten geregeld door de gemeente Enschede.
- - Gemeenten kunnen opvang van vreemdelingen die rechtmatig in ons land verblijven weigeren als zij:
- - Minder dan 3 maanden in ons land aanwezig zijn; of
- - Na 3 maanden nog werkzoekend zijn.
- - De weigeringsgrond vermeld in lid 6 is niet van toepassing op opvang in verband met risico's voor de veiligheid van de belanghebbende als gevolg van huiselijk geweld.
- - In de situatie dat er geen sprake is van dakloosheid of een concrete dreiging van dakloosheid, is het college niet gehouden om opvang te bieden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.