1.. Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening moet er altijd gekeken worden of de inwoner voldoet aan de volgende algemene criteria:

  • - Het primaat (voorrang) collectief vervoer is voorliggend op individueel vervoer:
  • - De inwoner is in staat op een verantwoorde wijze aan het verkeer deel te nemen; en
  • - De inwoner heeft een frequente verplaatsingsbehoefte van minimaal 2 tot 3 keer per week voor het doen van boodschappen voor dagelijks levensonderhoud, bezoeken van bibliotheek, kapper etc. en het onderhouden van sociale contacten in de directe woonomgeving; en
  • - Er is geen andere aanvullende vervoersvoorziening verstrekt met hetzelfde gebruiksdoel; én
  • - De stalling moet mogelijk zijn; en
  • - De woonomgeving moet geschikt zijn voor gebruik van de vervoersvoorziening; en
  • - De inwoner moet uit eigen kracht op de vervoersvoorziening kunnen gaan zitten, en afstappen, en de inwoner moet in staat zijn zelfstandig het vervoermiddel te stallen.

2.. Onverminderd het bepaalde in lid 1, kunnen aanvullende criteria worden gesteld per vervoersvoorziening.