In de ondertekening van stukken in het kader van de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid worden in ieder geval de volgende gegevens vermeld:
- - de naam van het bestuursorgaan van wie de bevoegdheid is;
- - de naam en, voor zover nodig, de handtekening van de medewerker die de bevoegdheid in mandaat uitoefent en, voor zover van toepassing, diens functietitel; en
- - dat de bevoegdheid namens het betreffende bestuursorgaan wordt uitgeoefend.