Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Bescherming van de melder, degene die de integriteitsfunctionaris, de vertrouwenspersoon, medewerkers die meewerken aan het onderzoek en betrokken derden tegen benadeling

Onderdeel van Regeling melden vermoeden van integriteitsschending of misstand

1.. De werkgever zorgt ervoor dat de melder bij zijn werk op geen enkele wijze nadelige gevolgen ondervindt van de melding. 2.. De melder mag tijdens en na de behandeling van een melding van een vermoeden van een integriteitsschending of misstand en/of van informatie over een inbreuk op het Unierecht niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat hij de melding naar behoren heeft gedaan en bij de melding redelijke gronden had om aan te nemen dat de gemelde informatie over een inbreuk op het Unierecht en/of over het vermoeden van een misstand op het moment van de melding juist was. Wie opzettelijk en bewust onjuiste of misleidende informatie meldt, geniet geen bescherming en kan daarvoor zelfs worden gestraft. 3.. De melder mag tijdens en na openbaarmaking van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat: hij bij de openbaarmaking redelijke gronden had om aan te nemen dat de gemelde informatie over een integriteitsschending en/of een inbreuk op het Unierecht en/of over het vermoeden van een misstand op het moment van de openbaarmaking juist was; en hij voorafgaand aan de openbaarmaking een interne en externe melding heeft gedaan of direct een externe melding heeft gedaan als bedoeld in deze regeling, en hij op basis van de informatie die hij heeft gekregen over de beoordeling en/of opvolging van de melding redelijke gronden heeft om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende voortgang heeft; of hij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat: de misstand of inbreuk op het Unierecht een dreigend of reëel gevaar kan zijn voor het algemeen belang; of een risico bestaat op benadeling bij melding aan een bevoegde autoriteit of een andere bevoegde instantie; of het niet waarschijnlijk is dat de misstand of inbreuk op het Unierecht doeltreffend wordt verholpen. 4.. Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan het nemen van een voor de melder nadelige maatregel, zoals: het niet aanbieden van een arbeidsovereenkomst; het verlenen van ongevraagd ontslag of een schorsing; het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; het niet omzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd; de eenzijdige wijziging van de functie, standplaats of andere arbeidsvoorwaarden; het treffen van disciplinaire maatregelen; het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; een boete als bedoeld in artikel 7:650 van het Burgerlijk Wetboek (BW); demotie of het onthouden van promotiekansen; een negatieve beoordeling; een schriftelijke berisping; het afwijzen van een verlofaanvraag; discriminatie; intimidatie, pesterijen of uitsluiting; smaad of laster; voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor het leveren van goederen of diensten; en intrekking van een vergunning, ontheffing of andere toestemming; voor zover deze besluiten worden genomen vanwege de door de medewerker gedane melding. 5.. Onder benadeling wordt ook verstaan een dreiging met en een poging tot benadeling. 6.. Als de werkgever na het doen van een melding een voor de melder nadelige maatregel neemt, motiveert de werkgever waarom hij deze maatregel nodig acht. Ook legt hij uit waarom deze maatregel geen verband houdt met de melding. 7.. De werkgever spreekt werknemers die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing, een disciplinaire maatregel of een sanctie opleggen. 8.. Dit artikel is van toepassing op zowel de interne meldprocedure als een externe meldprocedure bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een bevoegde autoriteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel