Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 14.

Pgb voor ondersteuning door een informele aanbieder

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Scherpenzeel 2025

1.. Een cliënt heeft de mogelijkheid om dienstverlening te betrekken van een persoon behorende tot het sociale netwerk: als de cliënt een gelijkwaardig of beter resultaat kan behalen als iemand uit het sociale netwerk de zorg verleent; als dit leidt tot volwaardige dienstverlening die passend is aan de hulpvraag van de cliënt, en; als er voldoende draagkracht, tijd en bekwaamheid is voor de inzet van een pgb. 2.. Indien de ondersteuning geboden wordt door een 1e of 2e graad bloed- of aanverwant van de cliënt, is er altijd sprake van informele aanbieder (ongeacht diploma’s). 3.. Onder bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad wordt verstaan: kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, broers, zussen, schoonouders, schoonzussen en zwagers.

Rechtspraak bij dit artikel