**1..** Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘uitstroom naar zelfstandig wonen’ in aanmerking indien:
het college van burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijst; en
de woningzoekende tot een van de in het volgende lid genoemde categorieën behoort.
**2..** Tot de in het vorige lid bedoelde categorieën behoren woningzoekenden:
aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvang, geboden door een door het college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente aangewezen instelling, verlaten;
aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvang verlaten;
die een door het college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente aangewezen voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten;
die een door het college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente aangewezen verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten;
die een door het college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente aangewezen accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten;
die een door het college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente aangewezen instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, onder f, van de Wet forensische zorg verlaten;
die in een door het college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente aangewezen opvangwoning verblijven van het Expertisecentrum Seksualiteit, Sekswerk en Mensenhandel van Stichting Humanitas.
**3..** Bij de indeling van de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie kan het college van burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden en beperkingen opleggen:
de woningzoekende ontvangt begeleiding van een instelling in de regio voor een door het college te bepalen duur, indien dit naar het oordeel van het college nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende;
de woningzoekende neemt de woonruimte in gebruik van een zorginstelling, indien dat naar het oordeel van het college nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende;
de indeling in de urgentiecategorie beperkt zich tot een woonruimte in een gebied met kenmerken die structureel bijdragen aan de deelname van de woningzoekende aan de maatschappij. Deze beperking maakt deel uit van het in het in de urgentieverklaring op te nemen zoekprofiel.
**4..** De in het vorige lid bedoelde voorwaarden en beperkingen worden in de urgentieverklaring vermeld.
**5..** Het college van burgemeester en wethouders wijst de in het tweede lid, onder a, c, d, e, f of g bedoelde accommodaties, gesloten accommodaties, voorzieningen en instellingen aan. Het college van burgemeester en wethouders actualiseert het aanwijzingsbesluit jaarlijks.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4.
Artikel 3.4.3.
Uitstroom naar zelfstandig wonen
Onderdeel van Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025