De regeling verstaat onder:
a.Budget:
Een hoeveelheid middelen, zoals vastgelegd in de begroting of begrotingswijzigingen op kostenplaats/kostensoort niveau, om de resultaten van een programma, product of project op het gebied van de beleidsuitvoering en de bedrijfsvoering op een doeltreffende, doelmatige en rechtmatige manier te behalen. De looptijd van een exploitatiebudget is één kalenderjaar, de looptijd van een investeringsbudget kan jaaroverschrijdend zijn. Tot het budget behoren de lasten en baten op kostenplaats/kostensoort niveau, gebaseerd op de daarbij behorende resultaatverplichting;
b.Budgethouder:
Een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen functionaris binnen de ambtelijke organisatie, die op basis van mandatering verantwoordelijk is voor de uitvoering van de productenraming en de efficiënte en effectieve besteding van het hiervoor toegekende budget. De budgethouder is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten inzake levering, diensten en werken ten behoeve van de gemeente;
c.Exploitatiebudget:
Een hoeveelheid middelen voor het uitvoeren van (jaarlijks terugkerende) taken. Een exploitatiebudget wordt jaarlijks in de begroting opgenomen;
d.Investeringsbudget:
Een hoeveelheid middelen voor het doen van éénmalige uitgaven, waarvan het nut zich uitstrekt over meerdere jaren (= investering). De aan de investering verbonden lasten worden toegerekend aan de periode waarin de investering nut heeft;
e.Mandaat:
De bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Waar in deze regeling wordt gesproken over “mandaat” kan dit ook worden gelezen als “Volmacht” of “Machtiging”.