De uitkomende grond moet zo worden opgeslagen dat bij het aanvullen van de sleuf de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel zo veel mogelijk wordt herkregen (na gescheiden ontgraven). De hoogte van de opslag van de uitkomende grond mag nooit > 1 m. boven het maaiveld bedragen. De opslag van de uitkomende grond naast de sleuf mag geen gevaar vormen voor de weggebruikers en dient voldoende afgezet te worden middels baakschildjes en hekken.
In bepaalde gevallen kan het nodig zijn de grond gescheiden te ontgraven en/of op te slaan in depot buiten het werkterrein. Grond vervoeren naar een depot buiten het werkterrein mag enkel plaatsvinden na goedkeuring van de toezichthouder van de gemeente. De opslag van de grond in depot dient bij voorkeur op een gesloten of verharde ondergrond plaats te vinden. Indien de grond in depot wordt opgeslagen op onverhard terrein, moet dit zijn afgestemd op de plaatselijke grondslag (klasse Industrie mag niet op klasse Wonen wel andersom). KaartViewer - Bodemkwaliteitskaart (ozhz.nl) Opslag van verdachte of vervuilde grond mag enkel plaatsvinden na goedkeuring van de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid.
Gronddepots mogen niet boven een bestaande ondergrondse leiding, onder de boomkroon of op ecologisch waardevolle bermen worden geprojecteerd. Indien dit toch nodig is, moet in overleg met de toezichthouder worden nagegaan of het mogelijk is en welke bijzondere voorzieningen (bijvoorbeeld rijplaten e.d.) moeten worden getroffen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.6
Opslag uitkomende grond
Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen HW 2025