Indien er bij ontgraven van de sleuf meerdere grondsoorten vrijkomen, dienen deze gescheiden te worden ontgraven en in oorspronkelijke staat laagsgewijs aangevuld en verdicht te worden.
Als blijkt dat de uitkomende grond niet toegepast kan worden doordat deze niet geschikt is om terug te brengen onder verhardingen, moet deze ongeschikte grond afgevoerd worden op kosten van de leidingexploitant. De leidingexploitant dient daarnaast op zijn kosten, zand te leveren en te verwerken in de sleuf. De toezichthouder bepaalt of de grond afgevoerd moet worden of hergebruikt kan worden met als doel, zettingen na aanvulling zoveel mogelijk te beperken.
Uitgangspunten om hergebruik van de grond te weigeren zijn o.a.:
Zeer puinhoudende grond (puinhoudend >20%). Kabel of leiding kan beschadigd raken bij aanvullen en uitkomend materiaal is niet meer in oorspronkelijke staat te verdichten.
Vette (plastische) klei. Vrijgekomen kleigrond is niet meer te verdichten volgens de verdichtingseis (Verdichtingspercentage <95% t.o.v. de ongeroerde / oorspronkelijke bodem naast de sleuf).
Humusreike grond of veengrond. Grond is niet meer te verdichten (Verdichtingspercentage <95% t.o.v. de ongeroerde / oorspronkelijke bodem naast de sleuf).
Te groot vochtgehalte van de (verzadigde) grond welke niet meer verdicht kan worden.
Asfaltverharding/sierbestrating
Voor sleuven onder asfaltverharding en sierbestrating, dient uitkomende grond, niet zijnde zand, altijd op kosten van de leidingexploitant vervangen te worden voor zand. De eventuele funderingslaag (bijv. menggranulaat) dient in oorspronkelijke staat teruggebracht te worden.
Waterkeringen/dijklichamen
Voor het aanvullen van sleuven in waterkeringen (dijken) kan het waterschap eisen dat de uitkomende ‘klei’ teruggebracht wordt in de sleuf (oorspronkelijke staat) ook al is deze niet te verdichten conform de gestelde verdichtingseis. Als deze sleuf zich onder een rijbaan bevindt en belast wordt door het verkeer dient er overleg plaats te vinden tussen leidingexploitant, gemeente en waterschap over het onderhoud en de onderhoudstermijn. In afwijking van de Schaderegeling (VNGB2 onderhoud gemeente) kan de gemeente een onderhoudstermijn bij de leidingexploitant neerleggen (VNGB1). Onderhoudskosten (VNGB2) zoals opgenomen in de VNG-regeling komen dan te vervallen voor de leidingexploitant.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.7
Aanvullen sleuf
Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen HW 2025