Naar hoofdinhoud
1.. Bij een incident waardoor de hond als hinderlijk wordt gekwalificeerd, legt de burgemeester op: een aanlijngebod; of een aanlijngebod én een muilkorfgebod. 2.. Als (een van) de in het eerste lid bedoelde geboden met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal of zullen worden overtreden, legt de burgemeester, naast het gebod of de geboden bedoeld in het eerste lid, een preventieve last onder dwangsom op als bedoeld in artikel 5:7 Awb. De hoogte van de dwangsom bedraagt €250,- per overtreding van het gebod met een maximum van €750,-. 3.. Indien de hond nog niet is voorzien van een microchip als bedoeld in artikel 2:59, tweede lid, APV 2020, bepaalt de burgemeester dat de hond binnen zes weken alsnog van een chip voorzien dient te zijn. 4.. De maatregelen bedoeld in het eerste en tweede lid gelden – onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste lid – voor onbepaalde tijd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel