**1..** Bij overtreding van het opgelegde aanlijngebod en/of muilkorfgebod als bedoeld in artikel 3 legt de burgemeester aan de eigenaar of houder van de hond een last onder dwangsom op om herhaling van de overtreding te voorkomen. De hoogte van de dwangsom bedraagt € 250,- per overtreding van het gebod met een maximum van € 750,-.
**2..** Wanneer het aanlijngebod en/of muilkorfgebod als bedoeld in artikel 3 niet wordt nageleefd en de opgelegde last onder dwangsom als bedoeld in het eerste lid maximaal is verbeurd, kan de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen. De in de last op te nemen bestuursdwang bestaat uit inbeslagname van de hond.
**3..** Bij overtreding van het opgelegde aanlijngebod en een muilkorfgebod als bedoeld in artikel 4 legt de burgemeester aan de eigenaar of houder een last onder bestuursdwang op ter voorkoming van herhaling van de overtreding. De in de last op te nemen bestuursdwang bestaat uit inbeslagname van de hond.
**4..** In spoedeisende gevallen waarin de eigenaar of houder van een hond die op grond van artikel 3 of 4 als hinderlijk of gevaarlijk kwalificeert in strijd handelt met een opgelegd aanlijngebod en/of muilkorfgebod en de hond een nieuw (ernstig) incident veroorzaakt, kan de burgemeester toepassing geven aan artikel 5:29 jo. 5:31 Awb en overgaan tot toepassing van (super)spoedbestuursdwang bestaande uit onmiddellijke inbeslagname van de hond.
**5..** Bij overtreding van het gebod om de hond te chippen als bedoeld in artikel 3 en 4 legt de burgemeester aan de eigenaar of houder van de hond een last onder dwangsom op. De hoogte van de dwangsom bedraagt €250,- per week dat de overtreding van het gebod voortduurt met een maximum van €750,-.