**1..** Het college ziet af van het toepassen van een verlaging ex hoofdstuk 2 en 3 indien:
- - elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
- - de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college kan afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
**4..** Het college legt in nadere beleidsregels Afstemmingen vast wat onder ontbreken van verwijtbaarheid en dringende redenen moet worden verstaan.