**1..** Geen aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt in behandeling genomen:
als de client geen geldig identiteitsbewijs overlegt.
**2..** Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
als blijkt dat geen sprake is van (langdurige) beperkingen en/of belemmeringen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. Hulp bij het huishouden en begeleiding vormen een uitzondering hierop en kunnen wel voor een kortere periode worden toegekend
als de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Cranendonck;
als deze niet hoofzakelijk op cliënt gericht is;
als het college door de cliënt of bij gebruikelijke hulp door zijn huisgenoten niet in staat wordt gesteld om door middel van onderzoek, vast te stellen of er een resultaatsverplichting is voor het college;
voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, of een algemene voorziening de beperkingen in zelfredzaamheid en/of participatie geheel of gedeeltelijk kan wegnemen;
als de voorziening algemeen gebruikelijk is;
als voor de hulpvraag die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, recht bestaat op een voorziening op grond van een andere (wettelijke) bepaling of regeling;
als er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en niet meewerkt of niet mee heeft gewerkt aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is;
als het een voorziening betreft die de cliënt voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen;
als het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd. Dit tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend, of de noodzaak, de passendheid en de gemaakte kosten ervan nog kan beoordelen;
als de voorziening niet noodzakelijk was geweest als cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.
Een voorbeeld hiervan is een aangebrachte voorziening in een woning, zoals een bad in plaats van een douche op afschot. Op basis van de op dat moment aanwezige beperkingen was het te voorzien dat deze voorziening niet meer adequaat was;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de economische afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, waarbij in principe de volgende afschrijvingstermijnen gelden:
Woningaanpassingen:
sanitair 25 jaar
natte cel 20 jaar (afschrijvingsregeling tussen 20 en 30 jaar)
keuken 15 jaar
toilet en kranen 15 jaar
aanbouw 25 jaar
Overige hulpmiddelen:
rolstoelen en vervoersvoorzieningen 7 jaar
kinderhulpmiddelen, douche- en toilethulpmiddelen 5 jaar
De genoemde afschrijvingstermijnen zijn richtlijnen. Dit betekent dat in individuele situaties voor een specifieke voorziening een afwijkende afschrijvingstermijn kan worden bepaald. Indien na de geldende afschrijvingstermijn uit een technische controle blijkt dat de maatwerkvoorziening nog adequaat is, bestaat geen aanspraak op een vervangende voorziening;
uitzonderingen om de maatwerkvoorziening alsnog toe te kennen:
Als de voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan een cliënt zijn toe te rekenen;
Als cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;
Als de verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
als deze gezien de beperkingen van de cliënt, niet veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt of anti-revaliderend werkt.
**3..** Geen woonvoorziening/woningaanpassing wordt verstrekt:
als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen. Tenzij het gaat om het bezoekbaar maken van één woning;
ten behoeve van woonruimten die niet bestemd/geschikt zijn voor permanente bewoning zoals pensions, hotels en vakantie- en recreatiewoningen;
als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;
in gemeenschappelijke ruimten in (woon)gebouwen die zijn aangemerkt als woongebouw voor gehandicapten, minder- validen en ouderen;
in (woon)gebouwen die zijn aangemerkt als woongebouw voor gehandicapten, mindervaliden en ouderen als de voorziening onmisbaar en/of gebruikelijk is voor de doelgroep;
als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten (niet zijnde de in artikel 10.3d genoemde woongebouwen) gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte;
als de reden om te verhuizen niet is gelegen in het opheffen van de beperking in de zelfredzaamheid en participatie;
als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, terwijl dit redelijkerwijs wel van hem kon worden gevraagd, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college;
als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden;
als het aantal vierkante meters bij aanbouw van een vertrek of bij uitbreiding van een aanwezig vertrek meer bedraagt dan de in de beleidsregels vermelde vierkante meters.
**4..** Geen maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning wordt verstrekt indien:
deze geen betrekking heeft op de ruimten die gericht zijn op het normale gebruik van de woning.
de woning dusdanig vervuild is, waardoor hulp bij het huishouden niet mogelijk is.
Er sprake is of is geweest van agressief of ongepast gedrag richting de huishoudelijke hulp,
**5..** Geen vervoersvoorziening in de vorm van een hulpmiddel wordt verstrekt:
als er voor een driewielfiets of scootmobiel geen (brandveilige) stallingsplek beschikbaar is of kan worden gerealiseerd.
als cliënt niet slaagt voor de rijvaardigheidstest, als deze verplicht wordt gesteld als twijfel bestaat over de rijvaardigheid van de cliënt.
**6..** Geen pgb wordt verstrekt:
in de vorm van een maandloon;
indien, ook na een hersteltermijn, een pgb-plan ontbreekt of het pgb-plan niet voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 13 of gevraagde bewijsstukken niet zijn aangeleverd;
indien de cliënt of diens behartiger niet meewerkt aan een onderzoek naar de pgb-vaardigheid.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 10.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2025