**1..** Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in zijn zelfredzaamheid en/of participatie, als de cliënt de beperkingen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van:
eigen kracht en/of;
gebruikelijke hulp en/of;
mantelzorg en/of;
hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of;
algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of;
algemene voorzieningen en/of;
andere voorzieningen.
**2..** Onder eigen kracht als bedoeld in artikel 9, lid 1.a wordt verstaan al datgene wat binnen het vermogen van de betrokkene ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid en participatie te komen. De cliënt zal zich in hoge mate moeten inspannen om dat aan te wenden wat binnen zijn eigen bereik ligt om zelf in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te voorzien. Hieronder valt in ieder geval:
het (her)inrichten van de woning als dat de beperking van cliënt geheel of gedeeltelijk compenseert;
het gebruik maken van geschikte (huishoudelijke) apparatuur;
het aanspreken van voorzieningen die onder een andere (wettelijke) regeling vallen, waaronder het inzetten van behandelmogelijkheden;
het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. Het college verstrekt dan geen maatwerkvoorziening of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed;
het gebruik maken van de inzet van vrijwilligers of andere personen of organisaties die de hulp of ondersteuning kunnen bieden waaronder o.a. welzijnsactiviteiten, lotgenotencontact, mantelzorgondersteuning, maaltijdvoorzieningen.
**3..** Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen maatwerkvoorziening. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt. Dit gebeurt als degene waarvan gebruikelijke hulp wordt verwacht, waaronder in ieder geval huisgenoten, kind(eren) en ouders, door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de cliënt. Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de persoon die de gebruikelijke hulp verleent verwacht.
**4..** De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie (resultaat) waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en/of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Met een maatwerkvoorziening worden in ieder geval de volgende categorieën maatwerkvoorzieningen bedoeld:
rolstoelvoorziening;
woonvoorziening/woningaanpassing;
verhuiskostenvergoeding;
vervoersvoorziening;
hulp bij het huishouden;
begeleiding in de vorm van:
ontwikkelgerichte individuele begeleiding
behoud-gerichte individuele begeleiding
ontwikkelgerichte dagbesteding
behoud-gerichte dagbesteding
naast begeleiding kan vervoer worden toegekend als cliënt hierin niet zelf kan voorzien.
kortdurend verblijf.
**5..** Bovenstaande categorieën maatwerkvoorzieningen kunnen in onderstaande resultaatgebieden worden ingedeeld:
zich kunnen verplaatsen in en om de woning: rolstoel- en woonvoorziening en verhuiskostenvergoeding;
zich lokaal kunnen verplaatsen: vervoersvoorziening;
kunnen leven in een schoon en leefbaar huis, het beschikken over schone kleding, over goederen voor primaire levensbehoeften en het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren: hulp bij het huishouden;
het vermogen om zelfstandig te leven en om te kunnen participeren: begeleiding, dagbesteding;
ontlasting van de mantelzorger: kortdurend verblijf.
**6..** Een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt in de vorm van natura, een pgb of een financiële tegemoetkoming indien van toepassing.
**7..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening.
**8..** Een maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor zichzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt.
**9..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. Het toe te kennen aantal kilometers kan in uitzonderingssituaties worden verhoogd vanwege individuele omstandigheden. Bij een rit met het collectief vraagafhankelijk vervoer komen maximaal de eerste 25 kilometer voor vergoeding in aanmerking. Bij samenloop met een andere vervoersvoorziening, zoals bijvoorbeeld een scootermobiel of driewielfiets wordt het aantal kilometers gehalveerd.
**10..** Bij een woonvoorziening/woningaanpassing tot € 5000,- maakt het college gebruik van een limitatieve lijst. Bij woningaanpassingen boven € 5000,- wordt gewerkt met het opvragen van twee offertes bij aannemers.
**11..** Bij een complexe woningaanpassing vraagt het college een bouwtechnisch onderzoek bij een externe adviseur. Verder geldt dat het onderstaande voor vergoeding in aanmerking komt:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking;
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 procent van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR 2005 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpende woningaanpassingen;
De aantoonbare kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2 procent van de aanneemsom;
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de woningaanpassing;
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
Renteverlies, in verband met het verrichten van een noodzakelijke betaling aan derden voordat het persoonsgebonden budget is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van woningaanpassingen;
De prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De aantoonbare kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
10 Procent (met een maximum van € 340,00) van de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een woningaanpassing, voor zover de kosten onder a. tot en met k. meer dan € 907,00 (peildatum 1-1-2025) bedragen. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met het percentage dat van toepassing is in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het aantal vierkante meters bij aanbouw van een vertrek en het aantal vierkante meters bij uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek. De beleidsregels geven hier nadere invulling aan.
**12..** Voor hulp bij het huishouden wordt gebruik gemaakt van het normenkader huishoudelijke ondersteuning 2025 van bureau HHM (en opvolgers). In het normenkader staat per activiteit, de frequentie en het aantal minuten dat nodig is voor de te behalen resultaten. Op die manier wordt een beeld geschetst van de indicatieve tijd die de professionele ondersteuning nodig heeft en kan er per cliënt maatwerk worden geboden. Als er redenen zijn om af te wijken van de normering, kan dat, mits schriftelijk onderbouwd.
**13..** Voor het bepalen van de omvang in uren/minuten of dagdelen en de indicatieduur van de maatvoorziening begeleiding wordt gebruik gemaakt van het normenkader begeleiding. Dit is een afwegingskader voor het indiceren van Wmo-begeleiding dat ontwikkeld is door bureau HHM en Faktum Advies, versie 2.0, november 2024 (en opvolgers).
**14..** Een maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf omvat maximaal 156 etmalen per jaar.
**15..** Het college kan nadere regels opstellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van lid 1 en lid 2 beschikbaar zijn.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 9.
Criteria maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2025