De CRvB stelt voorop dat stookkosten behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten die - behoudens bijzondere omstandigheden - uit de toepasselijke bijstandsnorm moeten worden voldaan. Door bijzondere omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat in het individuele geval de bijstandsnorm niet volledig toereikend is ter voorziening in bepaalde noodzakelijke kosten.
Volgens de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) hangt het van veel factoren af, of iemand de temperatuur in zijn woning ervaart als aangenaam, bijvoorbeeld de kleding die hij draagt, de temperatuur van de omgeving, de luchtvochtigheid en de luchtsnelheid. Er is geen harde grens aan te geven voor een wel of niet acceptabele temperatuur in huis. Gemiddeld genomen is een aangename kamertemperatuur 18 tot 22 C°. Indien iemand gedurende langere periode zijn woning verwarmt tot een hogere temperatuur dan 22 C° zal sprake zijn van hogere dan gemiddelde stookkosten.
Vaststellen norm energieverbruik
Stel de norm energieverbruik vast. Dit is het door het NIBUD vastgestelde energieverbruik voor het type huis(-houden) van belanghebbenden. Zie: Energieverbruik, Gemiddeld totale stookkosten van huishoudens (tabel 25).
Aantonen meerkosten
Meerkosten worden aangetoond aan de hand van verbruiksgegevens (CRvB 19-12-2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6026). Verbruiksgegevens van de woning van belanghebbende worden vergeleken met de norm energieverbruik.
Vaststellen noodzaak meerkosten
Of sprake is van noodzakelijke meerkosten dient te worden vastgesteld door middel van een medische verklaring. Zie: CRvB 18-04-2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AW5504
Vaststellen extra graden
Door middel van de medische verklaring wordt vastgesteld hoeveel graden de woning gemiddeld genomen extra moet worden verwarmd. Waar het om gaat is, hoeveel graden structureel boven de 22 C° moet worden verwarmd.
Berekening bijstand
Uitgangspunt is dat het gasverbruik met 7 procent toeneemt wanneer de thermostaat van de verwarming 1 graad hoger wordt gezet. Voor deze meerkosten kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
Bepaal het ‘gemiddeld verbruik per jaar in m3’ met behulp van de Nibudtabel 25 (Gemiddeld totale stookkosten van huishoudens).
Stel vast dat het ‘verbruik van belanghebbende’ hier meer dan 7 procent van af wijkt
Stel vast hoeveel graden de woning van belanghebbende volgens het medisch advies structureel boven de 22 C° verwarmd moet worden en vermenigvuldig dit aantal graden met 7. Dat is het ‘correctiepercentage’.
Vermeerder het gemiddeld verbruik met het correctiepercentage. Dit is de ‘gecorrigeerde norm energieverbruik’.
Trek het ‘verbruik van belanghebbende’ af van ‘de gecorrigeerde norm energieverbruik’. Het restant komt in aanmerking voor bijzondere bijstand.
Vermenigvuldig het restant met het gemiddelde gastarief
Rekenvoorbeeld
Belanghebbende tussenwoning: gemiddeld verbruik per jaar in m3 = 1.350 (Nibud prijzengids)
Verbruik van belanghebbende per jaar (volgens voorschotberekening) in m3 = 1.539
Medisch advies stelt noodzaak verwarming op 25 graden. Correctiepercentage is 3 x 7% = 21%
Gecorrigeerde norm energieverbruik: 1.350 m3 + (1.350 x 21% = 283,50) = 1.633,50
1.633,50 (gecorrigeerde norm energieverbruik) – 1.539 (verbruik van belanghebbende) = 94,50 (restant)
94,50 (restant) x € 0,65 (gasprijs per m3) = € 61,43 komt in aanmerking voor bijzondere bijstand.
Periode bijstand
Deze bijstand wordt steeds voor de duur van één jaar verstrekt. Bij elke verlenging worden de gebruiksgegevens gecontroleerd, om te beoordelen of nog steeds sprake is van noodzakelijke extra kosten. Op basis van deze gegevens kan eventueel opnieuw bijzondere bijstand toegekend worden. Let op: Vraag bij twijfel over de medische noodzaak opnieuw een medisch advies aan.
Aandachtspunten
Bij vergroting van de woning naar aanleiding van een handicap volgt verhoging van het voorschotbedrag. De extra bijstand bestaat dan uit deze verhoging. Bij de eindafrekening wordt vergeleken met dezelfde soort woning maar dan zonder uitbreiding en/of het energieverbruik in voorafgaande jaren. Het meerverbruik wordt aan de hand van deze vergelijkingen vastgesteld.
Niet in aanmerking voor bijzondere bijstand komen extra energiekosten in verband met:
de verhuizing naar een oude woning (CRvB 05-03-2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3252)
aansluiting op stadsverwarming (CRvB 23-02-2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL5316)
fybromyalgie (CRvB 28-08-2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB2445)
Let op of de hoge stookkosten niet deels worden veroorzaakt door slechte isolatie of een oude ketel:
Op grond van artikel 243 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kunnen huurders de verhuurder via de rechter verplichten bepaalde energiebesparende maatregelen aan te brengen, uiteraard wel indien daar een redelijke huurverhoging tegenover staat. Het gaat daarbij ondermeer om het ‘ten behoeve van de verwarmingsinstallatie plaatsen van een verwarmingsketel met een opwekkingsrendement van ten minste 80% indien de bestaande verwarmingsketel ten minste tien jaren oud is.’ Bij wijze van uitzondering kan onder voorwaarden (o.m. het nemen van juridische stappen) tijdelijk bijzondere bijstand worden verleend, wanneer de slechte kwaliteit van de woning de oorzaak is van de extra energiekosten.
Artikel 26.
Stookkosten (B088)
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Weststellingwerf