1.. Indien via het aanbodinstrument is bekendgemaakt dat een standplaats beschikbaar komt voor bewoning, komen alleen aanvragers die op de wachtlijst als standplaatszoekenden zijn ingeschreven, in aanmerking voor een huisvestingsvergunning.

2.. Het college van burgemeester en wethouders verleent de huisvestingsvergunning aan de aanvrager die:

  • - voldoet aan het in artikel 10, tweede lid, van de wet bepaalde;
  • - behoort tot een in artikel 2.1.2 aangewezen categorie woningzoekenden;
  • - de inkomensgrens van een middeninkomen, zoals bepaald in artikel 10, vierde lid, van de wet, niet overschrijdt; en
  • - voornemens is een woonruimte te betrekken waar per persoon uit het huishouden minstens het aantal slaapkamers zoals weergegeven in de tabel in artikel 3.2.4, eerste lid, beschikbaar is.

3.. De huisvestingsvergunning wordt geweigerd, indien de aanvrager gelet op het eerste en tweede lid niet voor verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking komt.

4.. Het college van burgemeester en wethouders kan de verlening en weigering van huisvestingsvergunningen mandateren.