Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.

Artikel 2.1.4.

Beoordeling van de aanvraag om een huisvestingsvergunning

Onderdeel van Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025

1.. Een huisvestingsvergunning wordt geweigerd indien: de aanvrager of een lid van diens huishouden niet voldoet aan het in artikel 10, tweede lid, van de wet bepaalde; de aanvrager niet behoort tot een in artikel 2.1.2 aangewezen categorie woningzoekenden; niet aannemelijk is dat de aanvrager na verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik kan nemen; de woonruimte niet overeenkomstig het in of op grond van deze verordening bepaalde te huur of te koop is aangeboden; een andere woningzoekende dan de aanvrager gelet op het bepaalde in de wet of in deze verordening ten opzichte van de aanvrager eerder in aanmerking komt voor verlening van de huisvestingsvergunning; of, verlening van de huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50 procent van de huisvestingsvergunningen met voorrang verleend zouden worden aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan: de regio; de gemeente; of, een deel van de gemeente. 2.. Een huisvestingsvergunning aangevraagd voor het in gebruik nemen van een in artikel 2.1.1, eerste lid, onder a, aangewezen woonruimte, kan voorts worden geweigerd indien het huishoudinkomen van aanvrager de inkomensgrens overschrijdt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel