Naar hoofdinhoud

Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025

62 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1.1.1.Begripsomschrijvingen
  2. Art. 2.1.1.Aanwijzing vergunningplichtige voorraad
  3. Art. 2.1.2.Categorieën woningzoekenden
  4. Art. 2.1.3.De aanvraag om een huisvestingsvergunning
  5. Art. 2.1.4.Beoordeling van de aanvraag om een huisvestingsvergunning
  6. Art. 2.1.5.De inhoud van de huisvestingsvergunning
  7. Art. 2.2.1.Reikwijdte van deze paragraaf
  8. Art. 2.2.2.Te huur aanbieden van woonruimte door corporaties
  9. Art. 2.2.3.Openbaar aanbod en het aanbodinstrument
  10. Art. 2.2.4.Direct aanbod
  11. Art. 2.2.5.Bemiddelingsmodellen
  12. Art. 2.2.6.Voorrang in verband met de aard, grootte of prijs van woonruimte (passendheidsdoelgroepen)
  13. Art. 2.2.7.Voorrang in verband met economische en maatschappelijk gebondenheid
  14. Art. 2.2.8.Voorrang voor vitale beroepsgroepen
  15. Art. 2.2.9.Volgordebepaling woningzoekenden ingeval van openbaar aanbod
  16. Art. 2.3.1.Reikwijdte van deze paragraaf
  17. Art. 2.3.2.Bekendmaking van het aanbod van woonruimte
  18. Art. 2.3.3.Aanbieden van de woonruimte aan woningzoekenden die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt
  19. Art. 2.3.4.Regels over het verslag over het verloop van de aanbiedingsprocedure
  20. Art. 2.3.5.Voorrang van categorieën woningzoekenden
  21. Art. 2.3.6.Aanvullende bepalingen over de aanvraag om een huisvestingsvergunning
  22. Art. 3.1.1.Bevoegdheid tot verlening van de urgentieverklaring
  23. Art. 3.1.2.De aanvraag om een urgentieverklaring
  24. Art. 3.1.3.Weigeringsgronden
  25. Art. 3.1.4.Intrekkingsgronden
  26. Art. 3.1.5.Wijzigingsgronden
  27. Art. 3.1.6.Advisering
  28. Art. 3.1.7.Hardheidsclausule
  29. Art. 3.2.1.Werking van de urgentieverklaring
  30. Art. 3.2.2.Inhoud van de urgentieverklaring
  31. Art. 3.2.3.Het woonruimtetype
  32. Art. 3.2.4.Slaapkameraantal
  33. Art. 3.3.1.Direct starten van de tweede fase van de urgentie
  34. Art. 3.3.2.Zelf zoeken door de houder van de urgentieverklaring
  35. Art. 3.3.3.Bemiddelen van de houder van de urgentieverklaring
  36. Art. 3.4.1.Mantelzorg
  37. Art. 3.4.2.Ernstige en chronische medische problematiek
  38. Art. 3.4.3.Uitstroom naar zelfstandig wonen
  39. Art. 3.4.4.Onbewoonbaarheid
  40. Art. 3.4.5.Woonlasten
  41. Art. 3.4.6.Geweld en bedreiging
  42. Art. 3.4.7.Herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering
  43. Art. 3.4.8.Vergunninghouders
  44. Art. 4.1.1.Werkingsgebied
  45. Art. 4.1.2.Aanvullende begripsomschrijvingen
  46. Art. 4.2.1.Aanwijzing vergunningplichtige voorraad
  47. Art. 4.2.2.Verzoek om inschrijving op de wachtlijst van standplaatszoekenden
  48. Art. 4.2.3.Einde van de inschrijving op de wachtlijst van standplaatszoekenden
  49. Art. 4.2.4.Verlening van de huisvestingsvergunning voor standplaatsen
  50. Art. 5.1.1.Experimenten
  51. Art. 5.1.2.Experimentenovereenkomst
  52. Art. 5.2.1.Registratie en monitoring van vraag, aanbod en verhuringen van woonruimten van corporaties
  53. Art. 5.2.2.Overleg naar aanleiding van monitoring
  54. Art. 5.2.3.Registratie en monitoring bij overige woonruimten
  55. Art. 5.2.4.Overleg inzake de woonruimtebemiddeling
  56. Art. 5.3.1.Bestuurlijke boete
  57. Art. 6.1.1.Overgangsbepaling voor aanvragen
  58. Art. 6.1.2.Overgangsbepaling ingeval van bezwaar, beroep of hoger beroep
  59. Art. 6.1.3.Overgangsbepalingen voor urgentieverklaringen
  60. Art. 6.1.4.Overgangsbepaling voor huisvestingsvergunningen
  61. Art. 6.2.1.Intrekking van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024
  62. Art. 6.2.2.Inwerkingtreding en citeertitel