**1..** In de urgentieverklaring kan in de volgende gevallen worden bepaald dat de tweede fase van de urgentie in afwijking van het bepaalde in de vorige leden direct na verlening van de urgentieverklaring start:
de urgentieverklaring wordt verleend voor indeling in de urgentiecategorie ‘uitstroom naar zelfstandig wonen’ voor zover het betreft een woningzoekende als bedoeld in artikel 3.4.3, tweede lid, onder a, b of c;
de houder van de urgentieverklaring of een lid van zijn huishouden is naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in zodanige mate afhankelijk zijn van zorg-, onderwijs- of dagbestedingsinstellingen dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat aanvrager buiten de huidige woonplaats of kern gaat wonen, terwijl gelet op de samenstelling en mutatiegraad van de woonruimtevoorraad in die woonplaats of kern redelijkerwijs verwacht moet worden dat de houder van de urgentieverklaring niet gedurende de eerste fase van de urgentie zelf woonruimte overeenkomstig het in de urgentieverklaring voor de eerste fase op te nemen zoekprofiel zou kunnen vinden;
overeenkomstig artikel 3.2.2, vijfde lid, is in de urgentieverklaring bepaald dat de houder van de urgentieverklaring niet zelf via het aanbodinstrument naar woonruimte mag zoeken.
**2..** Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid, onder b, wordt in het zoekprofiel van de urgentieverklaring als zoekgebied opgenomen de gemeente waartoe de in het derde lid, onder b, bedoelde kern behoort.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3.
Artikel 3.3.1.
Direct starten van de tweede fase van de urgentie
Onderdeel van Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025