**1..** Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘woonlasten’ in aanmerking indien:
het college van burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijst;
de aanvrager op dit moment een zelfstandige woonruimte bewoont; en
er zich één of meer van de in het volgende lid genoemde omstandigheden voordoet.
**2..** De in het vorige lid, onder b, bedoelde omstandigheden zijn:
de woningzoekende moet voldoen aan een verhuisverplichting die ingevolge de Participatiewet in verband met de hoogte van de woonlasten aan de woningzoekende is opgelegd;
de woonlasten van de woningzoekenden zijn naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders onevenredig in relatie tot het inkomen van aanvrager of andere mogelijkheden van aanvrager en diens huishouden om in de woonlasten te voorzien.
**3..** Indien de in het vorige lid, onder b, genoemde omstandigheid het gevolg is echtscheiding of beëindiging van samenwoning:
wordt de urgentieverklaring alleen aangevraagd door degene tot wiens huishouden de kinderen met een leeftijd tot 23 jaar behoren of gaan behoren; en
toont de aanvrager door overlegging van bewijsstukken aan, dat sprake is van een de echtscheiding, beëindiging van samenwoning, of voornemen daartoe.
**4..** Onder woonlasten als bedoeld in het tweede lid worden verstaan alle kosten die het bewonen van woonruimte met zich meebrengt en die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders rechtstreeks veroorzaakt worden door het in eigendom hebben van woonruimte dan wel het huren van woonruimte.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4.
Artikel 3.4.5.
Woonlasten
Onderdeel van Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025