Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13.

Fraudeschulden

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal WWB en WIJ 2011

1.. Onder een fraudeschuld wordt verstaan: ten onrechte verstrekte bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17 lid 1 WWB of artikel 44 lid 1 WIJ. 2.. Fraudeschulden worden in alle gevallen terug- en ingevorderd, waarbij rekening wordt gehouden met inkomen en vermogen. 3.. Alvorens een benadelingsbedrag wordt vastgesteld, maar het aannemelijk is dat de benadeling groter dan € 10.000,00 zal zijn, kan conservatoir beslag door een deurwaarder worden gelegd op geld en goederen van betrokkene. 4.. Burgemeester en wethouders besluiten af te zien van invordering als: de belanghebbende gedurende 60 maanden volledig aan zijn betaalverplichting heeft voldaan; de belanghebbende gedurende 60 maanden niet volledig aan zijn betaalverplichting heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente alsnog heeft betaald. 5.. In geval van meerdere fraudebesluiten wordt het bepaalde in lid 4 per fraudebesluit toegepast. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen alleen overwegen mee te werken aan een minnelijke schuldregeling als ten minste 36 maanden aan de opgelegde betaalverplichting is voldaan. 7.. In geval van fraudevorderingen is artikel 12 van deze beleidsregels niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel