Aanvragen om bouwvergunning worden onder andere getoetst aan redelijke eisen van welstand. Artikel 44 van de Woningwet geeft aan dat het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a: de welstandsnota. De artikelen 7b, 12, 12a, 12b en 12c van de Woningwet vormen de wettelijke basis voor deze welstandsnota.Daarnaast bepaalt de Woningwet dat vergunningvrije bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 43 van deze wet, niet aan redelijke eisen hoeven te worden getoetst. Dit zelfde geldt voor tijdelijke bouwwerken waarvoor op grond van artikel 45 van de Woningwet een tijdelijke bouwvergunning wordt verleend. Vergunningvrije bouwwerken worden, zoals al aangegeven, niet vooraf getoetst aan relevante wet- en regelgeving maar mogen niet in ernstige mate strijdig zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria van de nota als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet. In deze nota zijn daarom excessenregelingen opgenomen die onder andere dienen voor de wijze waarop de gemeente Eersel omgaat met vergunningvrije bouwwerken die in ernstige mate strijdig zijn met redelijke eisen van welstand. De wet biedt dus de mogelijkheid in de welstandsnota regels op te nemen om repressief bij excessen bij vergunningvrije bouwwerken in te grijpen.