De Woningwet stelt eisen aan de organisatie en procedures van de welstandscommissie. De basis vormen artikel 12b en artikel 48. Artikel 12b geeft de eisen voor de welstandscommissie. Artikel 48 van de Woningwet geeft de regels over de behandeling van aanvragen om bouwvergunning en bepaalt dat burgemeester en wethouders een aanvraag om reguliere bouwvergunning altijd voorleggen aan een onafhankelijk adviesorgaan, tenzij de bouwvergunning reeds op een andere grond moet worden geweigerd dan wegens strijd met redelijke eisen van welstand of indien voor het betreffende bouwwerk of de betreffende standplaats geen redelijke eisen van welstand gelden. Een aanvraag om lichte bouwvergunning kan voor advies aan een onafhankelijk orgaan worden voorgelegd.De gemeente moet dus een keuze maken hoe zij het welstandstoezicht gaat organiseren. Daarbij zal zij een onafhankelijk orgaan om advies moeten vragen. In de Woningwet kan dit adviesorgaan een welstandscommissie of stadsbouwmeester zijn. Belangrijk is dat ten aanzien van dit adviesorgaan diverse onderdelen geregeld moeten worden. Genoemd worden:- De rol en afbakening van de commissie in algemene zin van het adviesorgaan;- De taakomschrijving van de leden;- De samenstelling;- Een sollicitatieregeling;- De benoeming van leden;- Een eventuele mandatering.Aan het functioneren van het adviesorgaan worden bovendien een aantal wettelijke eisen gesteld:- De advisering moet plaatsvinden op basis van deze welstandsnota;- De adviezen moeten openbaar zijn en schriftelijk worden opgesteld;- Een advies waarbij een bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand moet schriftelijk worden uitgebracht en deugdelijk gemotiveerd zijn;- De vergaderingen zijn in principe openbaar;- Éénmaal per jaar moet een verslag worden uitgebracht aan de gemeenteraad van de verrichte werkzaamheden en de wijze waarop toepassing is gegeven aan de criteria bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a van de Woningwet;- De benoeming van leden kan ten hoogste voor een termijn van drie jaar plaatsvinden. Leden zijn eenmaal herbenoembaar in dezelfde commissie voor een termijn van ten hoogste drie jaar.In de Bouwverordening zijn voorschriften omtrent samenstelling, inrichting en werkwijze van het adviesorgaan opgenomen. Ook kan de Bouwverordening voorschriften bevatten over de verslaglegging van de verantwoording betreffende het welstandstoezicht. Niet alleen aan het adviesorgaan verbindt de Woningwet voorschriften, maar ook aan de relatie tussen het welstandstoezicht en burgemeester en wethouders. Al eerder is aangegeven dat burgemeester en wethouders ten aanzien van aanvragen om lichte bouwvergunning de keuze hebben om ze wel of niet voor te leggen aan een adviesorgaan. In deze nota zijn echter ook sneltoetscriteria opgenomen voor bouwwerken welke regulier bouwvergunningplichtig zijn. De beoordeling van aanvragen om reguliere bouwvergunning aan de sneltoetscriteria zal ook plaatsvinden door de medewerkers van het team Vergunningverlening. Bij deze beoordeling zullen de medewerkers fungeren als welstandscommissie, dan wel onder mandaat van de welstandscommissie. Dit sluit aan bij het voornemen van het kabinet om de verplichting van de advisering door de welstandscommissie te laten vervallen (ministerraad 31 oktober 2008). Aanvragen om reguliere bouwvergunning welke niet voldoen aan de sneltoetscriteria, zullen alsnog door de welstandscommissie worden beoordeeld en daarover zal gemotiveerd worden geadviseerd.Bij in-/of uitbreidingswijken kan bij de bestemmingsplan- of ontheffingprocedure (projectbesluit) in de ruimtelijke onderbouwing of het beeldkwaliteitplan worden aangegeven welk gebiedskenmerk en welk toetsingsniveau hieraan wordt verbonden. Het vaststellen van beeldkwaliteitplannen als toetsingskader voor bouwplannen is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Uitwerkingen van beeldkwaliteitplannen zullen dan ook later worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5
Organisatorische aspecten welstandstoezicht
Onderdeel van Welstandsnota 2009 Gemeente Eersel