De gemeente Eersel hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium dat sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen duidelijk is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Het gaat hierbij dus om zaken die aantoonbaar ondeugdelijk van uitvoering zijn, verloedering van de omgeving van het bouwwerk in de hand werken of anderszins aanstootgevend zijn. In deze nota zijn een tweetal excessenregelingen uitgewerkt. ‘Excessenregeling 1’ is de regeling die wordt toegepast bij de gebieden die in de nota zijn aangegeven als welstandsvrij, met excessenregeling. Dit zijn de gebieden met de aanduiding ‘Bos- en natuurgebied’ en een gedeelte van het gebied ‘Bedrijventerreinen’ (voor het gedeelte meer dan 15meter achter het hoofdgebouw). De objecten in deze gebieden worden geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand, mits geen sprake is van een exces zoals beschreven in deze excessenregeling. Daarnaast kan op grond van artikel 13a van de Woningwet het college de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Criteria hiervoor moeten in de welstandsnota zijn opgenomen, ‘Excessenregeling 1’ wordt voor deze toetsing gebruikt.
‘Excessenregeling 2’ is de regeling die wordt toegepast bij de achterkanten en de zijkanten die met betrekking tot hun invloed op het publieke domein vergelijkbaar zijn met achterkanten. Conform het aangenomen amendement bij de vastgestelde ‘Nota van uitgangspunten welstandsnota 2009’ zijn deze bouwwerken welstandsvrij, met dus een excessenregeling. De invloed op het publieke domein en de bescherming van de buren zijn de leidraad geweest voor de formulering van deze excessenregeling.
Een excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. De excessenregeling geldt voor zowel bestaande bouwwerken en standplaatsen als vergunningsvrije bouwwerken. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat voor een gebied dat is aangeduid als welstandsvrij (zonder excessenregeling) dus geen regeling wordt opgenomen. Dit betreft de gebieden met de aanduiding ‘Sport-, recreatie-, en zorgterrein’. In deze gebieden vindt totaal geen welstandstoets plaats en hier is wat de welstandsaspecten betreft, alles mogelijk.
Voor bebouwing van, bij en aan monumenten en in het door de minister aangewezen beschermd dorpsgezicht te Eersel, zijn deze excessenregelingen niet van toepassing. Bebouwing wordt hier altijd door een deskundige commissie getoetst aan de algemene gebiedsgerichte criteria.