De achterkanten en de zijkanten die met betrekking tot hun invloed op het publieke domein vergelijkbaar zijn met achterkanten worden geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand, mits geen sprake is van een exces zoals beschreven in deze excessenregeling. Deze excessenregeling is niet van toepassing bij een monument, bij in het geldende bestemmingsplan aangeduide ‘cultuurhistorische waardevolle bebouwing’ of ‘beeldbepalend pand’ of is gelegen in het door de minister aangewezen beschermd dorpsgezicht ‘Markt-Hint-Vlierbos’. De welstandsvrije achterkanten zijn de delen van de percelen gelegen op tenminste 3 meter achter de voorgevellijn. In de gebieden ‘Historische kernen en bebouwingslinten’ en ‘Gemengde bebouwing’ geldt dat de bebouwing werkelijk achter het hoofdgebouw moet zijn gelegen. Verder mag de hoogte van de welstandsvrije bouwwerken niet meer bedragen dan 5 meter. Voor een nadere toelichting en de voorbeelden van de interpretatie van de welstandsvrije achterkanten zie de toelichting en de afbeeldingen op de volgende bladzijden. Is de bebouwing niet gelegen in het hiervoor bedoeld gebied en/of is hoger dan 5 meter, wordt het bouwplan getoetst aan de sneltoetscriteria dan wel de gebiedsgerichte criteria uit deze welstandsnota. Anderszins is er sprake van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand bij:het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving; toepassing van felle of sterk contrasterende kleuren, waar daar geen redelijke aanleiding voor is; afmeting, uitvoering, kleur of materialisatie die algemeen als storend worden ervaren, waardoor sprake is van een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is; armoedig materiaalgebruik, waaronder ook materialen waarvan bekend is dat die onevenredig “lelijk” verouderen en/of die een groot contrast vormen met de kwalitatief betere materialen van de bestaande bebouwing, zoals, niet uitputtend, de toepassing van golfplaten, damwand, schrootjes en dergelijke; te opdringerige of te veelvuldig herhaalde reclames; elke ingreep waardoor een wijziging van een gevelbeeld het uiterlijk van een bouwwerk zodanig beïnvloedt dat dit als gevolg daarvan in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand; een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie de gebiedsgerichte criteria); De beoordeling of een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand kan op verzoek van de aanvrager vrijwillig of op verzoek van de technisch medewerker Vergunningverlening plaatsvinden. De beoordeling wordt uitgevoerd door de technisch medewerker van het team Vergunningverlening. Bij twijfel over een juiste de toepassing of interpretatie van de excessenregeling kan advies worden gevraagd aan de welstandscommissie. Nadat een bouwvergunning onherroepelijk is, is er juridisch geen mogelijkheid achteraf te corrigeren.
Toelichting ‘Excessenregeling 2’ betreffende de welstandsvrije benadering van achterkantenGebleken is dat ingrepen en toevoegingen aan gebouwen welke plaats vinden op een grotere hoogte dan 5 meter en/of op een kleinere afstand dan 3 meter achter de voorgevellijn, in de bebouwde omgeving een grote invloed kunnen hebben op de directe omgeving (de buren) en (vrijwel) altijd zichtbaar zijn van en invloed hebben op het publieke domein. Voor bebouwing aan achterkanten met een grotere hoogte dan 5 meter en bebouwing op een afstand van minder dan 3 meter achter de voorgevellijn zijn daarom ruime sneltoetscriteria opgesteld. In de situatietekeningen op de volgende pagina’s (afbeelding 4.2.1 en 4.2.2) zijn deze uitgangspunten ter verduidelijking aangegeven. Deze benadering geldt niet indien wordt gebouwd bij of aan een monument, bij of aan in het geldende bestemmingsplan aangeduide ‘cultuurhistorische waardevolle bebouwing’ of ‘beeldbepalend pand’ of is gelegen in het door de minister aangewezen beschermd dorpsgezicht ‘Markt-Hint-Vlierbos’ en/of is gelegen in gebieden met de aanduiding ‘Historische kernen en bebouwingslinten’ of ‘Gemengde bebouwing’. Voor deze laatstgenoemde gebieden heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van de ‘Nota van uitgangspunten Welstandsnota 2009’ bepaald dat de ruimtelijke kwaliteit, waaronder de beeldkwaliteit van de bebouwing, moet worden behouden en versterkt. Voor deze gebieden zullen in de toekomst beeldkwaliteitplannen worden opgesteld. Indien voor de bebouwing in deze gebieden dezelfde welstandsvrije benadering voor de achterkanten zou worden gehanteerd als in het overige gebieden in de gemeente, zou dit afbreuk doen aan de door de gemeenteraad aangegeven ambitie met betrekking tot het versterken van de beeldkwaliteit.. Aan de historische dorpslinten zijn veel cultuurhistorisch waardevolle of beeldbepalende panden gelegen. Deze panden zijn potentiële toekomstige monumenten. De kans is groot dat bij ondeskundige bebouwingsingrepen de cultuurhistorische waarden van het pand aangetast worden of verloren gaan. Daarnaast is de relatie tussen publieke en private ruimte in een historisch dorpslint groot. Dit komt omdat de panden vaak vrij waarneembaar op grote erven staan. Verrommeling door ondeskundige bebouwingsvormen levert gezien vanuit de openbare ruimte een negatieve ruimtelijke kwaliteit op. Bebouwing op het erf van monumenten en/of cultuurhistorisch waardevolle of beeldbepalende panden krijgt daarom een welstandstoets passend in de lijn van de nieuw op te stellen beeldkwaliteitplannen. Bij panden, niet zijnde monumenten en/of cultuurhistorisch waardevolle of beeldbepalende panden, gelegen in de gebieden ‘Historische kernen en bebouwingslinten’ en ‘Gemengde bebouwing’ worden de achterkanten die niet zichtbaar zijn van de openbare ruimte welstandsvrij volgens een vergelijkbare benadering als bij bebouwing in de overige gebieden. Hierbij is alleen de zichtbaarheid vanaf het publieke domein anders gedefinieerd. Achterkanten worden hier welstandsvrij in het gebied dat werkelijk gelegen is aan de achterzijde van hoofdgebouwen. De zijstroken naast de hoofdgebouwen worden niet welstandsvrij. Het argument hiervoor is dat de bebouwing in de zijstroken in deze gebieden gelegen tussen monumenten en cultuurhistorische bebouwing afbreuk kan doen aan de beeldkwaliteit van de monumenten en de cultuurhistorische bebouwing. Ook zijn de zijstroken van deze percelen veel ruimer dan in ‘reguliere’ woonwijken waardoor de bebouwing op deze zijstroken veel meer invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteit van het publiek domein.In de afbeeldingen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.3 is de welstandsvrije benadering van de achterkanten visueel gemaakt.Tenslotte wordt nog opgemerkt dat indien bij de beoordeling van een plan blijkt dat volgens deze regeling sprake is van een exces, het bouwplan zal worden getoetst aan de sneltoetscriteria dan wel de gebiedsgerichte criteria uit deze welstandsnota.
AFBEELDING 4.2.1 EXCESSENREGELING 2, VOORBEELD INTERPRETATIE (inclusief hoeksituaties)AFBEELDING 4.2.2 EXCESSENREGELING 2, VOORBEELD INTERPRETATIE (inclusief hoeksituaties)AFBEELDING 4.2.3 EXCESSENREGELING 2, VOORBEELD INTERPRETATIE IN DE GEBIEDEN ‘HISTORISCHE KERNEN EN BEBOUWINGSLINTEN’ EN ‘GEMENGDE BEBOUWING’