Voor aanvragen om bouwvergunning die niet met de sneltoetscriteria kunnen worden afgedaan, is het toetsingsinstrumentarium ten aanzien van het welstandstoezicht gekoppeld aan de zogenaamde gebiedsgerichte criteria. Het uitgangspunt bij deze criteria is dat de toetsing aan redelijke eisen van welstand afhankelijk wordt gesteld van waar een bouwwerk binnen de gemeente is gelegen. Met andere woorden, vergunningaanvragen in een bepaald gebied worden met behulp van een beschreven gebiedskarakteristiek of de beeldkwaliteitseisen van een gebied, en op basis van een bij een gebied vastgestelde toetsingstabel beoordeeld. Indien door het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of wijziging van een bestemming, de gebiedsbeschrijving niet overeenkomt met de toelichting van een bestemmingsplan, het beeldkwaliteitplan of de ruimtelijke onderbouwing, is de gebiedsbeschrijving in de welstandsnota hieraan ondergeschikt. Bij een eerstvolgende herziening van de welstandsnota zullen deze gebieden worden opgenomen, waarbij de beeldkwaliteitplannen als toetsingskader zullen blijven dienen. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de gemeente omgaat met de verschillende gebieden. Deelnota 2 "gebiedsindeling" bevat de verdere uitwerking.De systematiek van de gebiedscriteria is als volgt opgebouwd:
Het onderverdelen van het grondgebied van de gemeente in een aantal logisch samenhangende gebieden en het vervolgens beschrijven van de karakteristieken van deze gebieden.
Het bepalen van het ambitieniveau dat de gemeente nastreeft binnen een gebied ten aanzien van het welstandstoezicht.
De onderverdeling van het grondgebied heeft geresulteerd in het kaartmateriaal zoals opgenomen in deelnota 2 ‘gebiedsindeling’. Het ambitieniveau per gebied is reeds bepaald bij de vaststelling van de ‘Nota van uitgangspunten welstandsnota 2009’