De aangewezen toezichthouders houden toezicht op de naleving van het digitale nachtregister. Deze Uitvoeringsregel wordt vastgesteld om op eenduidige wijze te kunnen reageren bij geconstateerde overtredingen van de verplichtingen. Overtredingen kunnen zowel op basis van het strafrecht als op basis van het bestuursrecht worden aangepakt. Deze Uitvoeringsregel betreft handhaving van de artikelen 2:37 en 2:38 APV en is gebaseerd op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De Uitvoeringsregel beperkt zich tot het bestuursrecht en meer specifiek de herstelsanctie: de last onder dwangsom (artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:32 Awb). Deze maatregel is geen straf. Er wordt eerst nog een termijn gegeven om de overtreding te herstellen. Als na deze termijn de overtreding nog steeds bestaat, wordt er een dwangsom verbeurd. Als echter binnen deze termijn de overtreding wordt hersteld, heeft dit voor de voormalige overtreder geen financiële consequenties. Herhaalt de overtreding zich dan verbeurd de overtreder alsnog een dwangsom van rechtswege. De dwangsom is dus een financiële prikkel om de situatie te herstellen en hersteld te houden. De hoogte van de dwangsom is afgestemd op de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom. De uitvoeringsregel ziet niet op de bestuurlijke boete (bestuursrechtelijke straf).
Het strafrecht heeft als doel bestraffen. Er wordt geen termijn gegeven om de overtreding te herstellen. Er wordt direct een boete opgelegd. Het bevoegd gezag is in dat geval het Openbaar Ministerie.
Uitdrukkelijk wordt vermeld dat een herstelsanctie én een strafrechtelijke sanctie mogelijk zijn. Dit betekent dat voor dezelfde overtreding een last onder dwangsom kan worden opgelegd en een straf (bijvoorbeeld een strafbeschikking). Deze twee kunnen naast elkaar bestaan, omdat de één als doel herstel heeft en de ander bestraffen.