1.. Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning voldoet een woningzoekende aan de volgende voorwaarde: het huishouden van de woningzoekende heeft tenminste één lid dat niet minderjarig als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is.

2.. Indien de huisvestingsvergunning wordt aangevraagd voor het in gebruik nemen van een in artikel 2.1.1, eerste lid, onder c, bedoelde woonruimte, voldoet een woningzoekende tevens aan de volgende voorwaarde: de woningzoekende heeft een middeninkomen als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de wet.