I. Uitwerking urgentieregels als bedoeld in artikel 11, derde lid en artikel 12, tweede lid.

1.Wettelijk aangewezen categorieën (artikel 11 derde lid onder a)

Artikel 12, derde lid, van de Wet wijst de volgende categorieën aan:

  • - woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten;
  • - woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen.

De aanvraag om urgentie van een woningzoekende bedoeld onder a. wordt afgewezen indien niet wordt voldaan aan de in artikel 11, vijfde lid, gestelde voorwaarden. De aanvraag kan daarnaast worden afgewezen indien niet wordt voldaan aan een of meer van de volgende voorwaarden:

  • - de aanvrager dient bij de aanvraag om urgentie het verblijf in de opvangvoorziening aan te tonen met een rechtsgeldig ondertekende verklaring van directie van de opvangvoorziening;
  • - indien de aanvrager (mede-)eigenaar is van een koopwoning, dient deze te zijn verkocht, dan wel dient de hypotheek te zijn overgenomen door de ex-partner, en/of de door de aanvrager dient een bewijs van vrijwaring van de hypotheekverstrekker te worden overlegd.

Woningzoekenden bedoeld onder b. dienen bij de aanvraag om urgentie aan te tonen dat in de zorgvraag kan worden kan worden voorzien met mantelzorg. De mantelzorger moet geregistreerd zijn bij de Vrijwilligers en Mantelzorg Centrale Almere. Om voor voorrang op deze grond in aanmerking te komen dient voorts aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:

  • - burgemeester en wethouders, bepalen de zorgvraag en stellen vast dat in de zorgvraag kan worden voorzien met mantelzorg;
  • - de woningzoekende mantelzorgverlener of –ontvanger heeft in de huidige woonsituatie geen huurschulden en geen overlast veroorzaakt;
  • - de reisafstand tussen het huidige woonadres van de mantelzorgverlener en dat van de mantelzorgontvanger is meer dan vijf kilometer en wordt na verhuizing minder dan vijf kilometer;
  • - er is sprake van langdurige zorg, dat wil zeggen dat de mantelzorg noodzakelijk is over minimaal vier dagen per week en naar verwachting nog enkele jaren moet worden verstrekt;
  • - de mantelzorgerverlener of - ontvanger laat een zelfstandige woning achter;
  • - per mantelzorgsituatie wordt één urgentie afgegeven;
  • - ten behoeve van het bepalen van de zorgvraag als bedoeld onder i. en de langdurige zorgrelatie als bedoeld onder iv. laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een door hen aan te wijzen onafhankelijke instelling.

2.Acute noodsituatie (artikel 11 derde lid onder b)

Onder een acute noodsituatie als bedoeld in artikel 11 derde lid onder b wordt verstaan de situatie waarin de zelfstandige woning van woningzoekende door een calamiteit zoals brand, ernstige waterschade of explosie ongeschikt is geraakt voor bewoning. Om voor voorrang op deze grond in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:

  • - de woning is naar het oordeel van burgemeester en wethouders onbewoonbaar;
  • - het herstel van de woning duurt naar het oordeel van burgemeester en wethouders langer dan vier maanden;
  • - de hoofdbewoner woont legaal in de ongeschikt geraakte woning;
  • - de calamiteit is niet met opzet veroorzaakt door de woningzoekende.

Indien de woonruimte volgens burgemeester en wethouders binnen vier maanden weer bewoonbaar kan zijn, zal het huishouden van de hoofdbewoner worden bemiddeld naar tijdelijke woonruimte en keert het huishouden na de herstelwerkzaamheden terug naar de eigen woning. Een urgentieverklaring wordt dan niet verleend.

3.Medische en/of sociale redenen (artikel 11 derde lid onder c)

Aan het criterium genoemd in artikel 11 derde lid onder c wordt voldaan indien op grond van medische en/of sociale omstandigheden sprake is van een levensontwrichtende situatie die alleen kan worden opgelost met (andere) zelfstandige woonruimte op zeer korte termijn. De woningzoekende dient zelf zijn levensontwrichtende woonsituatie aan te tonen en te zorgen voor bewijsmateriaal.

Tot een levensontwrichtende situatie worden uitsluitend gerekend:

  • - Een medische situatie die de woonomstandigheden onhoudbaar maken. De woonomstandigheden worden als onhoudbaar beschouwd in de volgende gevallen:
    • - als de bruikbaarheid of toegankelijkheid van de zelfstandig woning door ziekte of door een lichamelijke of verstandelijke beperking ernstig wordt belemmerd (ergonomische belemmeringen).
    • - als de huidige zelfstandig woonsituatie ernstige schade veroorzaakt aan de gezondheid.
  • - De woningzoekende dient door het overleggen van verklaringen van een arts en/of medisch specialist aan te tonen dat hij voldoet aan voornoemde criteria om in aanmerking te komen voor een medische urgentie. Uit de verklaring dienen de aard van de problematiek en de belemmeringen die het oplevert in het gebruik van de woning te kunnen worden afgeleid.

    Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke instelling) toetst of de woningzoekende in aanmerking komt voor een medische urgentie en adviseert de urgentiecommissie. Indien de woningzoekende reeds op een van de in artikel 11, vijfde lid, genoemde gronden niet voor een urgentieverklaring in aanmerking komt, dan wel indien de urgentieaanvraag niet vergezeld gaat van een verklaring van een arts en/of medisch specialist die aan voornoemde voorwaarden voldoet, kan onverminderd het bepaalde in artikel 30 (hardheidsclausule)voornoemde toetsing achterwege blijven.

    De te verlenen urgentieverklaring bevat in ieder geval een zoekprofiel dat is afgestemd op de medische situatie van de woningzoekende.

  • - dakloos met minderjarige kinderen door:
    • - echtscheiding of beëindiging van samenwoning, waarbij aan de volgende eisen moet zijn voldaan:
      • - aangetoond is dat in de procedure door de partner met de zorg over de kinderen het recht is geclaimd om in de huidige woning te blijven;
      • - aangetoond is dat de claim op de woning niet is toegekend;
      • - de woningzoekende heeft de zorg over de kinderen en de kinderen staan bij deze partner in de Basisregistratie Personen geregistreerd;
      • - de samenwoning bestond minimaal twee jaar en
      • - er is sprake van een rechtstreekse relatie tussen verbreking van de relatie en de dreigende dakloosheid met minderjarige kinderen.
    • - In geval van echtscheiding en ontbinding van een geregistreerd partnerschap in de Basisregistratie Personen is een echtscheidingsvonnis of vergelijkbaar bewijs vereist waaruit blijkt dat de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot toewijzing van de woning aan de partij die de zorg van de kinderen op zich neemt.

      In geval van ontbinding van het notarieel vastgelegd samenlevingscontract en verbreking van de samenwoning is een vonnis of vergelijkbaar bewijs vereist waaruit blijkt dat het niet gelukt is om de woning o.g.v. het huurrecht op naam te krijgen van de partij die de zorg van de kinderen op zich neemt.

      In geval van gedeeld gezag over minderjarige kinderen kan slechts aan één van de ouders een urgentie worden verleend, namelijk aan de ouder waar de kinderen hun hoofdverblijf hebben.

    • - dakloos met minderjarige kinderen door het verlaten van de eigen koop- of huurwoning of woonruimte ten gevolge van een gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings-) vonnis of aan te tonen met een schriftelijke verklaring van een bank of hypotheekvertrekker, voor zover dit niet door betrokkene voorkomen had kunnen worden.
  • - te hoge woonlasten van de woningzoekende. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
    • - de woningzoekende woont zelfstandig en de woning staat op zijn naam;
    • - de woningzoekende ontvangt een woonkostentoeslag van burgemeester en wethouders van Almere onder de voorwaarde om te zien naar goedkope woonruimte met verhuisverplichting;
    • - de woonkosten zijn hoger dan de huurprijsgrens;
    • - de slechte inkomenssituatie in relatie tot de woonlasten is blijvend en financieel ontwrichtend.
  • - Geweld of bedreiging, van dien aard dat de woningzoekende niet in de oorspronkelijke woning kan of kon blijven. Het geweld of de bedreiging heeft zich korter dan drie maanden geleden voorgedaan. De woningzoekende dient het geweld of de bedreiging zelf aan te tonen met relevante bewijsstukken. Dat kunnen bewijsstukken zijn van diverse instanties. Een aangifte bij de politie kan de aanvraag ondersteunen, maar is niet in alle gevallen voldoende bewijs dat sprake is van een levensontwrichtende situatie.

4.(Dreigend) dakloze jongeren (artikel 11, derde lid, onder d)

Aan het criterium genoemd in artikel 11 derde lid onder d wordt voldaan indien de woningzoekende voldoet aan onderstaande voorwaarden:

  • - de woningzoekende is meerderjarig maar niet ouder dan 28 jaar;
  • - de woningzoekende heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders of een door hen aangewezen partij of partijen, een instabiele/onveilige thuissituatie waardoor de woningzoekende dakloos dreigt te raken of dakloos is. Er is bijvoorbeeld sprake van een onwenselijke woonsituatie zoals:
    • - huiselijk geweld;
    • - verslaafde ouders;
    • - illegale ouders;
    • - dreigende huisuitzetting.

Om voor een urgentieverklaring op grond van artikel 11 derde lid, onder d in aanmerking te komen gelden naast de voorwaarden als vermeld in artikel 11, vijfde lid, met uitzondering van sub c voor wat betreft het binnen een jaar, in verband met de inschrijfduur, niet kunnen verkrijgen van een passende woning, de volgende voorwaarden:

  • - de urgentieaanvraag wordt samen met de woningzoekende gedaan door een zorginstelling, wijkteam, gemeentelijke uitvoeringsorganisatie, onderwijsinstelling of een welzijnsorganisatie;
  • - woningzoekende voldoet, naar oordeel van burgemeester en wethouders of een door hen aangewezen partij of partijen, aan het volgende profiel:
    • - is gemotiveerd om zelfstandig te wonen;
    • - is (eventueel met ondersteuning) in staat afspraken te maken rondom wonen en te voldoen aan goed huurderschap;
    • - is in staat om een ondersteuningsvraag te formuleren en zelf een beroep op planbare begeleiding te doen. Met andere woorden kan zijn ondersteuningsvraag uitstellen, er is geen sprake van (structurele) onplanbare zorg.
    • - de woningtoewijzing is gekoppeld aan “Thuis in de wijk”. Cliënt accepteert begeleiding conform de afspraken “Thuis in de wijk”;
    • - is in staat om (eventueel met ondersteuning) te zoeken naar een passende daginvulling (werk/opleiding/activering/dagbesteding) indien dit nog niet aanwezig is.

Bemiddeling naar een passende woning vindt plaats zonder tussenkomst van de urgentiecommissie .

5.Woonruimte nodig na verblijf in een instelling voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, een psychiatrische instelling, een erkende hulp- ofdienstverleningsinstelling of een toegelaten instelling als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen (artikel 11 derde lid onder e)

Aan het criterium genoemd in artikel 11 derde lid onder e wordt voldaan indien de woningzoekende verblijft in een van de in die bepaling genoemde instellingen en toe is aan zelfstandig wonen, al dan niet met begeleiding.

Instellingen waarvan cliënten in aanmerking kunnen komen voor een urgentieverklaring, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • - het aanbieden van woonruimte maakt integraal onderdeel uit van de begeleiding van de instelling;
  • - de instelling heeft onder meer tot doel te bevorderen dat cliënten zelfstandig wonen, zo nodig met (tijdelijke of structurele) begeleiding.

Om voor een urgentieverklaring op grond van artikel 11 derde lid onder e in aanmerking te komen gelden naast de voorwaarden als vermeld in artikel 11, vijfde lid, met uitzondering van sub c voor wat betreft het binnen een jaar, in verband met de inschrijfduur, niet kunnen verkrijgen van een passende woning, de volgende voorwaarden:

  • - de woningzoekende dient te verblijven in een instelling die voldoet aan de hierboven genoemde voorwaarden;
  • - de urgentieaanvraag wordt met schriftelijke instemming van de woningzoekende door de instelling van verblijf ingediend. In artikel 11, vijfde lid onder i, wordt voor ‘woningzoekende’ gelezen ‘de instelling die de aanvraag indient’
  • - In de aanvraag dient te worden vermeld dat het een aanvraag op grond van artikel 11 derde lid onder e van de Huisvestingsverordening Almere 2024 betreft.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van relevante stukken die aantonen dat de woningzoekende toe is aan zelfstandig wonen.

De te verlenen urgentieverklaring dan wel de weigering daarvan wordt op naam gesteld van en toegezonden aan de woningzoekende, met afschrift aan de instelling.

Voor de woningzoekende die een urgentieverklaring heeft gekregen, zijn drie soorten huurcontracten mogelijk: op naam van de cliënt, op naam van de instelling met de mogelijkheid het contract na één jaar op naam van de cliënt te zetten of structureel op naam van de instelling.

Bemiddeling naar een passende woning vindt plaats zonder tussenkomst van de urgentiecommissie .

Het maximum aantal op grond van artikel 11, derde lid onder d en e te verlenen urgentieverklaringen bedraagt 250 per kalenderjaar.

Op woningzoekenden die via Housing First2Housing First voorziet in huisvesting voor dak- en thuislozen met een intensieve hulpvraag. In plaats van hen eerst op te vangen in de maatschappelijke opvang worden zij “direct” gehuisvest in een woning. Van daaruit wordt de bewoner intensief begeleid met als doel zelfstandig wonen worden gehuisvest is het gestelde onder 5. van overeenkomstige toepassing.

6.Woonruimte nodig na beëindiging jongerencontract (artikel 11, derde lid onder f)

Om voor een urgentieverklaring op grond van het derde lid onder f in aanmerking te komen geldt naast het bepaalde in artikel, 11 vijfde lid, als voorwaarde dat de woonruimte met urgentie als bedoeld in artikel 11, derde lid onder d, e of j is verkregen.

Ingeval de woonruimte met urgentie als bedoeld in artikel 11 derde lid onder j is verkregen is de uitzondering als bedoeld in artikel 11, vijfde lid onder c niet van toepassing.

Bemiddeling naar een passende woning vindt plaats zonder tussenkomst van de urgentiecommissie .

7.Woonruimte nodig vanwege sloop of ingrijpende renovatie van de woonruimte (artikel 11 derde lid onder g )

Aan het criterium genoemd in artikel 11 derde lid onder g wordt voldaan indien het huishouden van de hoofdbewoner van een in Almere gelegen woonruimte als bedoeld in artikel 2 deze woonruimte moet verlaten vanwege sloop of ingrijpende renovatie van de woonruimte of vanwege herstructurering van het gebied waarin de woonruimte is gelegen.

8.Overlastsituaties of calamiteiten (artikel 11 derde lid onder h )

De behoefte aan woonruimte wordt dringend noodzakelijk geacht ingeval van calamiteiten, crisisopvang, overlast en betalingsproblemen die slechts kunnen worden opgelost met het aanbieden van een passende woning elders. Jaarlijks kunnen verhuurders maximaal 3% van de vrijkomende woningen voor het oplossen van deze problematiek aanwenden. Bemiddeling naar een passende woning vindt plaats zonder tussenkomst van de urgentiecommissie .

9.Nazorg ex-gedetineerden (artikel 11 derde lid onder i )

Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring verlenen aan ex-gedetineerden die na detentie zelfstandige woonruimte zoeken en via de procescoördinatie van de GGD-Flevoland aan burgemeester en wethouders worden voorgedragen. Bemiddeling naar een passende woning vindt plaats zonder tussenkomst van de urgentiecommissie .

10.Vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet (artikel 11 derde lid onder j )

Vergunninghouders die op grond van de gemeentelijke taakstelling in Almere moeten worden gehuisvest en voor wie niet op andere wijze in de huisvesting kan worden voorzien dan door middel van woonruimte als bedoeld in deze verordening, worden zonder tussenkomst van de urgentiecommissie bemiddeld naar een woning. Desgevraagd leggen zij hun verblijfsvergunning over.

II. Uitwerking passendheidscriteria als bedoeld in artikel 16

De woningzoekende met een urgentieverklaring komt binnen het beschikbare aanbod met voorrang in aanmerking voor een passende woning.

Passendheid

Om te bepalen of een woonruimte passend is, worden onderstaande regels toegepast:

Het aantal kamers van de woonruimte is als volgt gerelateerd aan de omvang van het huishouden:

Samenstelling van het huishoudenKamertal
1 persoon1 - 2
2 personen2
1 ouder* en 1 kind3
2 ouders* en 1 kind3
1 ouder* en 2 kinderen3
2 ouders* en twee kinderen3
1 ouder* en 3 kinderen4
2 ouders* en 3 kinderen4
1 ouder* en 4 kinderen4
2 ouders* en 4 kinderen4
1 of 2 ouders* met 5 of meer kinderen of meer dan 6 personen5 of meer

*ouder(s) of daaraan, gelet op de zorg voor de kind(eren) gelijk te stellen perso(o)n(en)

In afwijking van het bovenstaande kan een huishouden een extra kamer toegewezen krijgen, als één of meer kinderen in de middelbare schoolleeftijd zijn, om te voorkomen dat ouders en kinderen van ongelijk geslacht een kamer moeten delen.

Woningzoekenden met een zoekprofiel van 1, 2 of 3 kamers krijgen uitsluitend urgentie voor een appartement.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, gerelateerd aan persoonlijke omstandigheden van de woningzoekende:

  • - bepaalde wijken of buurten als zoekgebied uit te sluiten;
  • - van het kamertal uit bovenstaande tabel af te wijken.

Burgemeester en wethouders zijn daarnaast bevoegd om voor categorieën van woningzoekenden tijdelijk van het kamertal af te wijken indien het (beperkte) aanbod van woonruimte met een bepaald kamertal daartoe aanleiding geeft en passend toewijzen daardoor te zeer wordt belemmerd (bijvoorbeeld in de situatie dat het aanbod van één- of tweekamerwoningen te beperkt is gelet op het aantal alleenstaande woningzoekenden).