• - De Centrale Gemeente bekostigt de Aanbieder(s) periodiek op voorschotbasis op basis van de in de Overeenkomst(en) opgenomen capaciteit.
  • - De deelnemende regio’s financieren de beschikbaarheid van de JeugdzorgPlus gezamenlijk.
  • - In navolging van het vorige lid betalen de deelnemende regio’s aan de Centrale Gemeente een voorschot in twaalf termijnen op basis van het gebruik in het voorgaande kalenderjaar; de Centrale Gemeente verstuurt hiervoor een factuur aan elke regio.
  • - Bij de afrekening van de kosten JeugdzorgPlus na afloop van het kalenderjaar worden de definitieve kosten voor het gebruik JeugdzorgPlus als volgt verdeeld:
    • - De werkelijk gebruikte zorgdagen op basis van de productieverantwoording komen voor rekening van de betreffende regio (op basis van het woonplaatsbeginsel) tegen het geldende tarief.
    • - De kosten voor de beschikbaarheid van de voorziening JeugdzorgPlus worden verdeeld over de 5 regio’s volgens een jaarlijks vast te stellen verdeelsleutel op basis van een combinatie van de werkelijk gebruikte zorgdagen (50%) en het aantal jeugdigen (0 tot en met 17 jaar) per regio (50%).
  • - Bij de verrekening na afloop van het kalenderjaar maakt de Centrale Gemeente per Regio inzichtelijk wat het verschil is tussen de bevoorschotting en de daadwerkelijke kosten voor JeugdzorgPlus. Dit kan leiden tot een nabetaling door de een deelnemende regio of een terugbetaling aan een deelnemende regio. Deze verrekening vindt plaats op basis van een (credit)factuur die de Centrale Gemeente aan elke deelnemende regio verstuurt.