Bij het hanteren van een activeringsgrens, moet de verplichting tot het activeren van investeringen in acht worden genomen. Het is niet toegestaan om de activeringsgrens zodanig hoog te stellen dat hierdoor (bepaalde typen) activa individueel of in totaal in materiële omvang buiten de balans worden gehouden. Het activeren van een investering heeft administratieve handelingen tot gevolg. Uit het oogpunt van efficiency is het praktisch om een ondergrens voor het wel of niet activeren van vaste activa te bepalen. Investeringen met een waarde beneden de ondergrens worden niet geactiveerd. Die worden in het jaar van ingebruikname rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht. De ondergrens kan in een aantal gevallen arbitrair zijn. Als het gaat om een investering die rond de ondergrens ligt, dan worden de volgende aspecten in ogenschouw genomen:
gaat het om een gebruiks- of een verbruiksgoed;
om welk soort actief gaat het (nuttigheidscriterium);
betreft het een uitbreiding of een vervanging.
Omdat we investeringen in maatschappelijk nut eigenlijk niet willen activeren en op deze manier de balans niet “vult” met groot onderhoud, wordt de ondergrens voor het afschrijven op een investering in maatschappelijk nut vanaf 1 januari 2020 op basis van het begrote bedrag bepaald op € 150.000. Budgettair maakt dit niets uit, omdat tegenover investeringen in maatschappelijk nut anders het begrote bedrag in een reserve wordt gestort in het betreffende jaar. De afschrijvingen over deze investeringen worden dan in de jaren erna gedekt door een bijdrage uit deze reserve.
De ondergrens voor het afschrijven van een investering economisch nut en een investering immateriële activa is vanaf 1 januari 2020 op basis van het begrote bedrag bepaald op € 25.000.
Hoofdstuk 4.4.
Artikel 4.5.
Ondergrens van afschrijven
Onderdeel van Nota rente activa en afschrijvingsbeleid 2024