In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke investeringen worden geactiveerd en welke niet. De lasten van de investeringen die geactiveerd worden bestaan uit afschrijvingen en rente. Die lasten worden kapitaallasten genoemd. Dit hoofdstuk gaat over de afschrijvingen. In hoofdstuk 6 wordt op alle aspecten van rente ingegaan.
Het kenmerk van vaste activa is dat die gedurende langere tijd kunnen worden gebruikt. De levensduur van vaste activa is echter niet oneindig. Door technische slijtage of economische veroudering neemt de gebruikswaarde af en daarmee de waarde in het economisch verkeer. Het zichtbaar maken van deze waardevermindering van activa wordt afschrijven genoemd.
In artikel 64 BBV wordt bepaald dat afschrijving onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar geschiedt (lid 1) en dat de jaarlijkse afschrijving wordt bepaald op basis van de verwachte levensduur van het actief (lid 3). Als er sprake is van duurzame waardevermindering of als het actief buiten gebruik wordt gesteld voor het einde van de verwachte levensduur bepaalt artikel 65 BBV dat het financiële gevolg hiervan, onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar, tot uiting wordt gebracht.
In het BBV (art. 64) staan ook de kaders waaraan afschrijvingen moeten voldoen. Er wordt geen sluitend systeem voorgeschreven. Een gemeente kan zijn eigen invulling geven aan de wijze waarop de afschrijvingen worden bepaald. Bij het bepalen van de afschrijvingen moeten de volgende aspecten in ogenschouw worden genomen:
de levensduur, die van belang voor het bepalen van de afschrijvingsperiode;
wijze van afschrijving.
geen restwaarde