Aan het instellen en de instandhouding van reserves en voorzieningen dienen goede motieven ten grondslag te liggen. Dit om te voorkomen dat er onnodig middelen worden vastgelegd waarvoor een andere bestemming mogelijk is. Indien er voldoende reden is om een reserve of voorziening in te stellen dient deze vervolgens niet langer te worden aangehouden dan nodig is om te voorzien in het doel van de reserve of voorziening.
De omvang van de reserves en voorzieningen dient te worden afgestemd op het doel van de reserve of voorziening. Indien er voldoende inzicht is in de meerjarige financiële positie en er een adequate risicobeheersing plaatsvindt kan de omvang beperkt blijven. Omvangrijke en fluctuerende uitgaven kunnen op dat moment namelijk tijdig worden ingepast in het meerjarenbeleid, terwijl de ontwikkelingen met betrekking tot de risico’s kunnen worden vertaald in de omvang van de voorzieningen.
Om het budgetrecht van de gemeenteraad op dit punt volledig tot zijn recht te laten komen zal het instellen van nieuwe reserves en voorzieningen alleen plaats kunnen vinden door middel van een raadsbesluit. In dit raadsbesluit zal in ieder geval tot uitdrukking moeten komen:
het doel van de reserve of voorziening;
indien mogelijk, de gewenste minimum en maximum omvang;
de voeding van de reserve of voorziening;
de looptijd.
Voor zover er niets anders is bepaald, is alleen de raad bevoegd om over de reserves te beschikken. Het college kan beschikken over de voorzieningen
Tussentijdse wijzigingen in het aantal reserves en voorzieningen en de bestedingsvoorwaarden zullen uiteraard ook door de raad bekrachtigd moeten worden, bijvoorbeeld in het kader van de behandeling van de begroting en de jaarstukken.