Bestemmingsreserves dienen zoveel mogelijk beperkt te blijven tot concrete en binnen afzienbare tijd te realiseren bestemmingen of doelstellingen, waarbij de omvang van tevoren wordt vastgelegd. Bestemmingsreserves worden niet ingesteld om risico’s binnen de exploitatiebegroting af te dekken. Hiervoor is de Algemene reserve bedoeld.
Indien de gewenste omvang van een bestemmingsreserve is bereikt, worden er geen bedragen meer aan toegevoegd. Op het moment dat een bestemmingsreserve wordt gevormd om een investering af te dekken wordt het maximum van de bestemmingsreserve bepaald op de som van het aantal nog af te schrijven termijnen. De rente van de investering wordt direct aan het product toegerekend. Nadat de bestemming of doelstelling is gerealiseerd wordt de betreffende reserve of voorziening opgeheven. Een eventueel resterend saldo wordt toegevoegd aan de Algemene reserve.
Voorzieningen welke geen betrekking hebben op van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, dienen voldoende te zijn om het risico, de verplichtingen of het verlies volledig te kunnen dekken. Indien nodig dienen volgens de voorschriften van de BBV jaarlijks stortingen of onttrekkingen plaats te vinden om de voorzieningen op het gewenste niveau te houden. Dat geldt ook voor aanpassingen als gevolg van de inflatie. De stortingen en onttrekkingen vinden plaats ten laste respectievelijk ten bate van de exploitatiebegroting.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Bestemmingsreserves en voorzieningen
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2024