De doelstelling van de Algemene reserve is het vormen van een buffer voor het opvangen van financiële risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en voor het opvangen van tekorten op de jaarrekening en incidentele tegenvallers.
De Algemene reserve vormt een belangrijk onderdeel van de incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente, zijnde het totaal aan middelen om incidentele tegenvallers op te vangen.
De inzet van de Algemene reserve is aan voorwaarden gebonden. In beginsel mag de reserve alleen worden ingezet voor het dekken van incidentele lasten. Aanwending van de reserve voor het dekken van structurele lasten is niet toegestaan, omdat de begroting dan niet materieel in evenwicht is.
Onder voorwaarden is het echter toegestaan middelen uit de Algemene reserve in te zetten ter verlichting van de exploitatie. Het gaat dan om het deel van de Algemene reserve dat niet nodig is om de gesignaleerde risico´s te dekken. Inzet van de Algemene reserve is dan mogelijk in elk van de eerste drie jaren van een vierjarige meerjarenraming. De inzet van de Algemene reserve in het laatste jaar van een vierjarige meerjarenraming is in principe niet mogelijk, omdat er in dit laatste jaar sprake moet zijn van een materieel sluitende begroting. De inzet van de Algemene reserve is in het laatste jaar van een vierjarige meerjarenraming wel mogelijk voor de dekking van de incidentele lasten. Dit betreft dan wel het saldo van incidentele lasten minus de incidentele baten.
Bij een dergelijke inzet mag er geen sprake zijn van een opschuivend perspectief. Dat wil zeggen dat een materieel sluitende begroting in een vierjarige meerjarenraming in het jaar ‘†’ ook materieel sluit in het jaar ‘ †+1’.
In bijzondere gevallen mag de Algemene reserve in elk jaar binnen een vierjarige meerjarenraming worden ingezet. Voorwaarde is dat er aan het einde van de afgesproken periode waarna er sprake moet zijn van een materieel sluitende begroting, structurele middelen zijn gevonden om de wegvallende inzet van de Algemene reserve te compenseren (wet van de communicerende vaten). Aan de inzet van de Algemene reserve, zowel voor de duur als de omvang ervan, ligt altijd een besluit van de raad ten grondslag.
De Algemene reserve vormt een belangrijk onderdeel van de incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente, zijnde het totaal aan middelen om incidentele tegenvallers op te vangen.