Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Weerstandscapaciteit en vermogen

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2024

Weerstandscapaciteit is het totaalbedrag aan risico’s moet worden afgezet tegen de beschikbare incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die ingezet kunnen worden om calamiteiten en eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de uitvoering van bestaande taken. Dit is de som van de minimale omvang van de Algemene reserve plus het totaal van bestemmingsreserves waarvan de bestemming gewijzigd kan worden plus een deel van de stille reserve. Tot de structurele weerstandscapaciteit behoren de middelen die blijvend ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van bestaande taken. Dit is de som van de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien, die nog niet bestemd is. In de begroting wordt inzicht gegeven in het totaal van de incidentele weerstandscapaciteit en in het totaal van de structurele weerstandscapaciteit. Bij het bepalen van de incidentele weerstandscapaciteit wordt zoals aangegeven rekening gehouden met een deel van de zogenaamde stille reserve. Van een stille reserve is sprake wanneer de actuele waarde van een bezitting hoger is dan de boekwaarde die op de balans is opgenomen. Omdat deze hogere waarde niet op de balans opgenomen mag worden ontstaat een overwaarde, die stille reserve wordt genoemd. Overigens kunnen hier alleen de bezittingen meegenomen worden die verkocht kunnen worden zonder dat dit directe of indirecte gevolgen heeft voor de uitoefening van de publieke taak. Het weerstandsvermogen kan worden uitgedrukt als de verhouding tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het streefcijfer voor het incidenteel weerstandsvermogen is 1,5, met een minimum van 1,0.

Rechtspraak bij dit artikel