De applicatiebeheerder BRP voorziet in:

  • - een planning van systematische of periodieke gegevensverstrekkingen die op basis van de Verordening BRP of op basis van een besluit van het gemeentebestuur moeten worden gedaan;
  • - de invoering in het toepassingssysteem en schriftelijke vastlegging van de door de informatiebeheerder toegekende autorisaties;
  • - de toekenning van autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheer BRP en de informatiebeheerder op grond van een besluit van de informatiebeheerder;
  • - bewaking van de actualiteit van de toegekende autorisaties;
  • - het vastleggen van handelingen van medewerkers die gegevens raadplegen en/of muteren;
  • - het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem en van nieuwe apparatuur;
  • - de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;
  • - de voorlichting aan alle in artikel 3 genoemde functionarissen over de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
  • - de vormgeving en inhoud van documenten waarin gegevens zijn opgenomen, die rechtstreeks aan de BRP worden ontleend;
  • - melding van inbreuken op de informatiebeveiliging aan de informatiebeheerder;
  • - maatregelen om de gevolgen van verkeerd uitgevoerde systematische verstrekkingen ongedaan te maken;
  • - een bijdrage aan het oplossen van storingen binnen het toepassingssysteem, zo nodig door inschakeling van een derde;
  • - de communicatie bij storingen in hard- en software;
  • - de bijhouding van een logboek over bijzondere gebeurtenissen en problemen;
  • - de afhandeling van verzoeken om managementgegevens.