Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18

Afwijzingsgronden maatwerkvoorzieningen Wet Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2025

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de gevolgen van de beperkingen kan verminderen/minimaliseren; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de gevolgen van de beperkingen kan verminderen/minimaliseren; indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; als de cliënt de gevraagde maatwerkvoorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; als de cliënt de gevraagde voorziening vóór datum van aanvraag heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; indien de cliënt tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond. 2.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: als deze niet langdurig noodzakelijk is; indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Utrechtse Heuvelrug; als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen; op een maatwerkvoorziening voor kortdurende huishoudelijke ondersteuning is lid a. van dit artikel niet van toepassing. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft van woongebouwen, die specifiek op gehandicapten en ouderen gericht zijn; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; indien cliënt voor het eerst verhuist naar een zelfstandige woonruimte; indien cliënt verhuist naar een woning die niet geschikt is voor permanente bewoning; indien cliënt niet is verhuisd naar de voor hem op dat moment meest geschikte woning; de verhuizing niet bijdraagt aan het opheffen of verminderen van de beperkingen; cliënt verhuist naar een WLZ-instelling; cliënt verhuist vanuit een geschikte woning; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. 4.. Een maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt.

Rechtspraak bij dit artikel