Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 19

Bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2025

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budgetten, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 2.1.4 lid 3 en artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de Wmo of hoofdstuk 2, artikel 3.8, 3e lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de: arbeidsmatige dagbesteding door middel van het product “maatschappelijke deelname”; bemoeizorg; huishoudelijke ondersteuning tijdens verblijf in een hospice; tillift; 10 uur individuele basisbegeleiding in het kader van de waakvlamconstructie; financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen, voor zover het een km-vergoeding betreft; financiële tegemoetkoming voor verhuis- of inrichtingskosten financiële tegemoetkoming voor woningsanering; financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting; financiële tegemoetkoming voor huurderving. 4.. In afwijking het eerst lid is geen bijdrage verschuldigd door: de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de bijstandsnorm; de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de bijstandsnorm; de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de bijstandsnorm. 5.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid van de Wmo is een cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van een collectief vervoer. De reizigersbijdrage is gedifferentieerd naar een variabel opstaptarief en een bedrag per reiskilometer met een maximum aantal kilometers per jaar. Jaarlijks wordt bezien of deze bedragen dienen te worden aangepast. De bedragen worden vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug. 6.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening, te weten bruikleen; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de Wmo, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 8.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 9.. Indien het betalen van (het totale bedrag van) de verschuldigde eigen bijdrage, wegens bijzondere omstandigheden, redelijkerwijs niet van de cliënt kan worden gevergd, kan het college besluiten een lagere eigen bijdrage op te leggen of de eigen bijdrage geheel niet op te leggen. 10.. Indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdrage onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de inwoner, kan het college besluiten om een lagere eigen bijdrage op te leggen of de eigen bijdrage geheel niet op te leggen 11.. Indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstellingen van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een inwoner die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, kan het college besluiten om een lagere eigen bijdrage op te leggen of de eigen bijdrage geheel niet op te leggen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel