**1..** Onverminderd dat jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een door het college verleende maatwerkvoorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
**2..** De maatwerkvoorziening stelt de jeugdige in staat gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
**3..** Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 zoals deze luidden op 1 januari 2024
**4..** Indien jeugdige en/of ouder(s) de hulpvraag zelf kunnen oplossen door middel van eigen mogelijkheden en/of het probleemoplossend vermogen verstrekt het college geen maatwerkvoorziening.
**5..** Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en (waar beschikbaar) er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie.
Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in:
de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;
de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden;
de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg);
**6..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.
**7..** Het college verleent geen maatwerkvoorziening als het hulpverleningstraject waarvoor de jeugdige en/of ouders de voorzieningen aanvragen op het moment van aanvraag al is afgerond.
**8..** Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt, als de jeugdige of ouder de gevraagde maatwerkvoorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen;
**9..** Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**10..** Het zesde en achtste lid zijn niet van toepassing als de ingezette voorziening tot stand is gekomen door een eerste verwijzing van de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts.
**11..** De afwijzingsgronden uit artikel 18 zijn van overeenkomstige toepassing op jeugdhulpvoorzieningen.
**12..** Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 5
Artikel 24.II
Criteria voor een maatwerkvoorziening voor jeugdhulp
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2025